In 2025 boekten we een belangrijke overwinning voor een rechtvaardiger Nederlands Israël-Palestina beleid. Dat is hard nodig, want de genocide van Israël op Gaza duurt voort en Nederland doet nog steeds veel te weinig. We willen niet dat Nederland op enige manier medeplichtig is aan oorlogsschendingen.
Daarom dwongen we via de Hoge Raad samen met Oxfam Novib en The Rights Forum af dat het kabinet de export van F-35-onderdelen naar Israël opnieuw moest toetsen aan het internationaal humanitair recht. De Hoge Raad bevestigde dat de staat daarbij zorgvuldig moet beoordelen of er een duidelijk risico bestaat dat de onderdelen worden gebruikt voor ernstige schendingen van het oorlogsrecht.
Na die herbeoordeling concludeerde het kabinet dat dit risico inderdaad nog altijd aanwezig is. De directe export van Nederlandse F-35-onderdelen naar Israël bleef daarom verboden. Daarmee hield het eerder afgedwongen exportverbod stand en werd opnieuw bevestigd dat ook moet worden voldaan aan de regels van het internationaal recht. Ook als het om ‘bevriende landen’ gaat.
Inmiddels ligt de directe export van F-35-onderdelen al twee jaar stil. Deze rechtszaak laat zien dat juridische procedures daadwerkelijk verschil kunnen maken. Door de overheid aan haar eigen verplichtingen te houden, droegen we bij aan betere bescherming van burgers en benadrukten we dat internationaal recht leidend moet zijn in het Nederlandse wapenexportbeleid.
Op dit moment levert Nederland nog steeds F-35-onderdelen aan Israël, maar indirect via de Verenigde Staten. Daarom gaan we door met de rechtszaak, want ook deze indirecte leveringen moeten stoppen.