Hoewel Nederland niet direct in oorlog is, ervaren veel mensen in Nederland wel spanning: polarisatie, wantrouwen in de overheid, de impact van wereldwijde crises en oorlogen op lokale groepen. Dat trekt een wissel op mensen. Tijdens het seminar De Kracht van Vrede blijkt dat gemeenten een belangrijke rol spelen in het tegengaan van deze dynamieken. Maar het ontbreekt vaak een expliciet vredesbeleid, dat wil zeggen: het ontbreekt aan een kader dat bestaande initiatieven verbindt, zichtbaar maakt en structureel ondersteunt.
Uit het onderzoek Building Peace Locally – gepresenteerd door masterstudenten van de Universiteit Utrecht – komt een opvallende conclusie naar voren: veel gemeenten doen aan vredeswerk, maar noemen het niet zo. De term ‘vrede’ wordt door veel geïnterviewden afgedaan als te abstract, te academisch, of te sterk geassocieerd met oorlog. Toch werken dezelfde mensen dagelijks aan het versterken van sociale cohesie, het voeren van dialoog, en het voorkomen van escalatie. Aan vrede dus.
Conflictonderzoeker Luuk Slooter zegt dat we te vaak kijken naar waar het misgaat: de momenten van collectief geweld of polarisatie. Maar minstens zo relevant is de vraag: waarom loopt het niet uit de hand? In wijken als Poelenburg (Zaandam) en Duindorp (Den Haag) blijkt dat bewoners en politie dagelijks bezig zijn met het sussen van spanningen, het verkleinen van wij-zij-tegenstellingen, en het creëren van ontmoetingsmomenten. ‘We moeten niet alleen dreigingsbeelden in kaart brengen, maar ook vredebeelden,’ aldus Slooter.
Wat is vredesbeleid?
Tijdens groepsgesprekken werd gesproken over de vraag ‘Wat hoort er thuis in een gemeentelijk vredesbeleid?’ De antwoorden waren divers, maar een aantal thema’s keerde terug:
- Verbinden in plaats van scheiden. Vredesbeleid is geen losse paraplu boven bestaande domeinen als veiligheid, communicatie en participatie, maar een actieve benadering die deze domeinen met verbindt. Het gaat om het herkennen van wat wel werkt: welke groepen dragen bij aan rust in de wijk? Waar ontmoeten mensen elkaar op een vreedzame manier?
- Duurzame financiering. Preventieve maatregelen – dialoog, educatie, netwerkopbouw – moeten structureel gefinancierd worden, niet alleen in tijden van crisis.
- De burgemeester. Als verbinder en gesprekspartner met burgers. ‘De burgemeester moet vredesgesprekken voeren,’ klonk het.
- Weerbaarheid is meer dan een noodpakket. Een weerbare samenleving draait niet alleen om crisisplannen, maar ook om sociale cohesie – het vermogen om met elkaar in gesprek te blijven, ook als het spannend is.
Wat je niet kunt benoemen, kun je niet financieren, institutionaliseren of verduurzamen. Zolang we vrede en vredeswerk niet als zodanig herkennen, blijft het werk versnipperd, persoonsafhankelijk en ondergefinancierd. Toch zijn er concrete stappen die gemeenten nu al kunnen zetten:
- Leer van elkaar. Wat werkt in Alkmaar, Amsterdam of Utrecht? Hoe kunnen gemeenten van elkaar leren – en van internationale ervaringen?
- Maak het zichtbaar. Breng in kaart wat er al gebeurt. Welke initiatieven dragen bij aan vrede? Welke groepen zijn betrokken, en wie ontbreekt er?
- Werk aan preventie. Niet wachten tot de spanningen oplopen, maar nu werken aan vertrouwen, dialoog en ontmoeting.
Onze directeur, Rolien Sasse, benadrukte dat vrede een collectieve verantwoordelijkheid is. Het gaat natuurlijk om wat je zelf kunt doen in je eigen omgeving: ‘Kijk naar je eigen gedrag, je omgang met buren, familie en collega’s. Stap uit je eigen kring. Ga in gesprek. Dat is nog niet genoeg want we moeten ook de politiek in beweging krijgen voor vreedzaam beleid – lokaal, nationaal en internationaal.’
Vrede is geen statisch doel, maar een continu proces. Het vereist aandacht, middelen en een gemeenschappelijke taal. De conclusie van het seminar was duidelijk: er gebeurt veel maar het kan beter, slimmer en zichtbaarder.