De afgelopen maanden heeft de VS zijn militaire aanwezigheid in het Caribisch gebied versterkt, waarbij veel materieel is verscheept. Hoewel de VS dit presenteren als drugs- en terrorismebestrijding, exporteert Venezuela feitelijk slechts beperkt drugs naar de VS – al wordt het land soms gebruikt als transitroute voor smokkel. Critici en experts benadrukken dat deze operaties ook als politiek instrument worden ingezet om de Venezolaanse regering onder druk te zetten, met mogelijke motieven zoals toegang tot olie en andere grondstoffen.
De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Human Rights Watch en de Venezolaanse mensenrechtenorganisatie PROVEA wijzen erop dat de aanvallen neerkomen op onrechtmatige buitengerechtelijke executies – een ernstige schending van de mensenrechten – en benadrukken dat de verantwoordelijken onafhankelijk moeten worden onderzocht en zo nodig vervolgd.
Het Verenigd Koninkrijk heeft hierop gereageerd door te besluiten inlichtingen niet langer te delen met de VS. Frankrijk heeft de Amerikaanse aanvallen veroordeeld omdat ze illegaal zijn. Nederland is actief in dezelfde regio, werkt samen met de VS op het gebied van drugsbestrijding en mag niet achterblijven. Het is cruciaal dat de Nederlandse regering de militaire samenwerking met de VS in de regio kritisch tegen het licht houdt en voorkomt dat zij via gedeelde inlichtingen medeplichtig wordt aan deze operaties.
Al in 2013 nam de Tweede Kamer een motie aan die stelt dat inlichtingen niet gedeeld mogen worden als deze kunnen bijdragen aan illegale targeted killings, een principe dat nu actueler is dan ooit. In de Nederlandse grondwet is opgenomen dat we de plicht hebben de internationale rechtsorde te bevorderen. Nu is het moment dat serieus te nemen door de illegale aanvallen te veroordelen en maatregelen te nemen. Het naleven van internationaal recht en mensenlevens zou zwaarder moeten wegen dan politieke loyaliteit aan de VS.