Met het einde van een brute, bijna 14 jaar durende oorlog en de geleidelijke heropening van het door oorlog geteisterde land, begint zich voorzichtig een gevoel van hoop af te tekenen op duurzaam herstel. Die weg blijft echter lang en bezaaid met obstakels. PAX bezocht Syrië in november om te spreken met partners, nationale en lokale autoriteiten, deel te nemen aan de door de Europese Unie geleide Dag van de Dialoog, en zwaar getroffen gebieden te bezoeken. Het doel was om de huidige uitdagingen met betrekking tot conflict, klimaat en milieu beter te begrijpen. Tussen de ruïnes van steden en wijken, maar ook in vergaderzalen, kwamen we zowel stemmen van hoop tegen als een diepe bezorgdheid over de weg vooruit.
Grote delen van Syrië hebben te maken gehad met grote verwoestingen in steden en dorpen. Miljoenen mensen zijn ontheemd en hebben geen huis om naar terug te keren, terwijl de druk van conflicten en klimaatverandering op natuurlijke hulpbronnen, zoals water en brandstof, ernstige sociaal-economische- en veiligheidsuitdagingen vormt. De nieuwe overgangsregering onder leiding van Ahmad Al Sharaa staat voor enorme uitdagingen om de stabiliteit te herstellen en het wederopbouwproces in gang te zetten. Er zijn nauwelijks functionerende instituties – met beperkt personeel en een gebrek aan expertise en capaciteit – maar er zijn nog geen grote donoren die investeren in herstel en wederopbouw. Dit is te wijten aan sancties, beperkt bureaucratisch toezicht en onvoldoende staatscapaciteit om projecten uit te voeren met stevige anti-corruptiemaatregelen.
De slechte staat van de openbare diensten en de zwaar beschadigde vitale infrastructuur temperen de bereidheid van donoren en internationale bedrijven om investeringsmogelijkheden verder te verkennen. Voor Syriërs die willen terugkeren, biedt de huidige staat van het land weinig stimulans. Door de hoge werkloosheid, beperkte economische kansen en verslechterde levensomstandigheden door vervuiling, verwoesting en watertekorten – verergerd door stijgende temperaturen – is er dringend behoefte aan een innovatief actieplan.
Het bredere verhaal van de milieuschade in Syrië kan worden geïllustreerd aan de hand van Zabadani, een stadje met ongeveer 26.000 inwoners, zo’n 30 kilometer ten noordwesten van Damascus. Tijdens de opstand tegen Assad die begon in 2012 was dit de eerste stad die werd ingenomen door het Free Syrian Army (FSA), de rebellengroep die de wapens opnam tegen het regime. Het FSA bood fel verzet toen het leger van Assad, gesteund door de door Iran gesteunde Hezbollah-militie, de stad bestookte met zware wapens. Een enorme verwoesting was het gevolg. In 2017, na een langdurige belegering en aanhoudende bombardementen, werden oppositieleden gedwongen te vertrekken als deel van van een overgaveovereenkomst. Nadat het Assad-regime het gebied opnieuw had bezet, richtten zijn troepen, gesteund door Hezbollah, verdere verwoestingen aan.
Water is de toekomst
De stad ligt in een weelderige groene vallei tussen de Libanese grens en bergen in het westen, en het Jabal Al Shaqif-gebergte in het oosten, waar landbouw en toerisme ooit de belangrijkste inkomstenbronnen voor de inwoners waren. De vallei stond vol boomgaarden: ‘Appel-, peren- en pruimenbomen zover het oog reikt,’ vertelt Mahmoud. Hij is een 56-jarige boer die in 2023 terugkeerde naar zijn geboorteplaats nadat hij in 2015 naar Libanon was gevlucht. Hij nodigt ons uit voor koffie en zoetigheden als we stoppen bij zijn boerderij om te luisteren naar zijn verhaal. Tijdens de gevechten in 2015 verwoestten zware beschietingen met explosieve wapens grote delen van de stad. Het Syrische leger vreesde dat rebellen zich in de bomen verstopten en maakte, met steun van Hezbollah, de meeste boomgaarden met de grond gelijk. Deze gevolgen zijn ook duidelijk zichtbaar op satellietbeelden, die het landschap voor en na de ontbossing door Assad en Hezbollah tonen.
Mahmoud wijst naar de velden achter zijn huis, waar hij vroeger 4.000 m² landbouwgrond had vol met bomen. Nu zien we een goeddeels kaal stuk land, al boeren zijn drie jaar geleden begonnen met de aanplant van jonge boompjes. Tijdens een ontmoeting met de stadsmanager van Zabadani, Samir Darweesh, vertelde die dat naar schatting 1,5 miljoen fruitbomen in het gebied zijn gekapt door het Syrische leger en de milities. De gevolgen zijn groot voor de boerengemeenschappen, aangezien 70% van de mensen in het gebied in de landbouw werkt. Waterputten werden gevuld met puin; pijpleidingen en pompstations werden vernietigd, wat het landbouwherstel bemoeilijkt. Zo gebruikt Mahmoud nu slechts kleine delen van het land dicht bij de put van een buurman om bonen en courgettes te verbouwen, omdat schade aan de waterinfrastructuur de irrigatie moeilijk maakt.

Een paar kilometer zuidelijker, aan de rand van de stad Madaya, beschrijft Mohammed Abbas, manager van de waterzuiveringsinstallatie, de problemen die het gevolg zijn van de oorlog, maar ook de kansen die hij ziet voor een nieuw Syrië. Volgens de lokale autoriteiten is naar schatting 20 à 25% van de waterinfrastructuur beschadigd geraakt tijdens de gevechten en beschietingen tussen het begin van de revolutie en de herovering door de troepen van Assad. Ook hier is de geïrrigeerde landbouw ernstig aangetast.
Vóór de oorlog kon er 12.000 liter rioolwater uit nabijgelegen steden per dag worden gezuiverd voor hergebruik in de landbouw. Door de schade aan pijpleidingen is dit nu slechts 4.000 liter per dag. Een ander probleem is het beperkte bereik: alleen boerderijen rond Madaya kunnen worden voorzien van water. Er is geen de capaciteit om het gezuiverde afvalwater terug te pompen naar Zabadani. Hiervoor zouden nieuwe pompstations gebouwd moeten worden, waarvoor de financiering ontbreekt. Het betekent dat lokale boeren in Zabadani hun toevlucht nemen tot het gebruik van grondwater voor irrigatie. Het grondwaterpeil daalt echter snel door toenemende droogte, beperkte regenval en illegale putboringen. De heer Darweesh bevestigde dat er geen toezicht of controle is op het boren van putten, wat een van de hoofdoorzaken is van de daling van het grondwaterpeil, dat in 2025 30 meter zakte. Dit heeft verstrekkende gevolgen, aangezien deze waterhoudende grondlaag Damascus voorziet van grondwater. Recente nieuwsberichten over de droogte die Wadi Barada treft, een andere belangrijke waterbron voor Damascus, hebben de alarmbellen doen afgaan over de gevolgen voor de waterzekerheid van de stad.

De naweeën van explosief geweld
Rijdend door Zabadani is de omvang van de verwoesting onmiskenbaar. Half verwoeste huizen tonen de littekens van de explosieve wapens die op de stad neerregenden, van raketten tot artillerie en mortiergranaten. Toch keert het leven langzaam terug. Tussen de ruïnes heropenen winkels, wordt puin verwijderd en de nemen wederopbouwinspanningen toe, ook al zijn ze nog kleinschalig. De voormalige Syrische Civiele Bescherming (beter bekend als de Witte Helmen) opereert nu onder het nieuw gevormde Ministerie voor Noodsituaties en Rampenbestrijding en is begonnen met het ruimen van puin, waardoor wegen weer toegankelijk worden voor auto’s, vrachtwagens en hulpdiensten.
De dalende grondwaterstanden en de stijgende kosten van brandstof voor dieselgeneratoren om het water op te pompen, leiden er echter toe dat boeren opgeven en wegtrekken. Alleen degenen met financiële steun, vaak van familie en vrienden in het buitenland, zijn in staat om door te gaan.
Boer Mahmoud maakt zich weliswaar zorgen over de bredere gevolgen van klimaatverandering op de landbouw, aangezien de droogte verergert, met name sinds 2023. Toch lijft hij hoopvol. Hij gelooft dat er grote verbeteringen zijn doorgevoerd onder de nieuwe regering, waardoor de logistiek voor de landbouw eenvoudiger is geworden. Er zijn besprekingen gaande over een nieuw leenstelsel, waardoor het voor boeren makkelijker wordt om een lening te krijgen om zaden te kopen en na de oogst terug te betalen. Dit kan nu zonder het risico dat de oogst wordt vernietigd door beschietingen of brandstichting, zoals in het verleden. Nieuwe machines, zonnepanelen en druppelirrigatie zijn de toekomst, gelooft hij, en hij verwacht dat meer dan 30% van de boeren naar hun land zal terugkeren. Als hem wordt gevraagd wat hem hoopvol maakt, lacht hij en zegt: ‘Welke andere optie heb ik?’


Soortgelijke post-apocalyptische taferelen zijn zichtbaar in meerdere voorsteden rond Damascus. We bezochten Yarmouk Camp, dat veranderde in een slagveld tussen FSA en andere milities, waaronder Islamitische Staat, terwijl het intussen ook werd gebombardeerd door Syrische regeringstroepen. Intense gevechten en willekeurige beschietingen – inclusief clustermunitie, vatenbommen en artillerie – veranderden het onofficiële Palestijnse vluchtelingenkamp in een spookstad, waarvan de meeste gebouwen zwaar beschadigd of vernietigd werden. In sommige huizen voorzien geïmproviseerde waterleidingen en elektriciteitskabels de teruggekeerde gezinnen nu van stroom en water. Tussen het puin liggen met stof bedekt speelgoed, verspreide schoenen en verbleekte posters van beroemde zangers.

Deze zwaar beschadigde huizenblokken zullen waarschijnlijk allemaal gesloopt moeten worden, omdat ze te zeer verzwakt zijn door jarenlange beschietingen. Volgens een recente studie van de Wereldbank uit 2025 overschrijdt de geschatte schade aan de Syrische woningvoorraad de 33 miljard dollar, exclusief de bredere schade aan WASH-faciliteiten (water, sanitatie, hygiëne) en industriële voorzieningen. De overblijfselen van de wooneenheden getuigen van de hoeveelheid wapens die in dichtbevolkte gebieden zijn gebruikt, en van de plunderingen door regeringstroepen en hun bondgenoten nadat ze in 2018 de controle over het kamp herwonnen. Daken en muren werden ontmanteld, en ijzer en bedrading werden eruit gesloopt en verkocht. Bijna alle 18.000 inwoners van Yarmouk vertrokken. Ze vluchtten voor het geweld en vonden niets meer om naar terug te keren. Schattingen van de hoeveelheid puin door het conflict variëren, aangezien er geen landelijke beoordeling is uitgevoerd. Een studie van de Wereldbank naar schade in 14 Syrische steden schatte dat meer dan 210.000 wooneenheden vernietigd waren, terwijl een Jordaanse studie het totaal op 142,5 miljoen ton ‘conflict puin’ stelde. Dergelijk puin is vaak vervuild met gevaarlijke materialen zoals asbest, zware metalen en andere gifstoffen die ernstige risico’s vormen voor burgers en ecosystemen.
Nu er beperkte steun is voor puinruiming en wederopbouw, nemen lokale ondernemers de overgebleven wooneenheden in Yarmouk in gebruik. Op een centraal plein worden bouwmaterialen zoals cement, zand en machines aangevoerd om bakstenen te produceren. Ze worden gebruikt om delen van de verwoeste huizenblokken af te dichten, zodat bewoners kunnen terugkeren.

Met miljoenen tonnen aan puin en honderdduizenden huizen die herbouwd moeten worden, zijn er grote zorgen over de duurzaamheid van de wederopbouw. Het recyclen van puin kan de ecologische voetafdruk van de wederopbouw enrom beperken, omdat het de noodzaak van de winning van natuurlijke hulpbronnen zoals zand en steen vermindert. Er zijn al lessen geleerd uit Irak, waar UNEP en IOM programma’s startten voor puinrecycling. Er een duidelijk behoefte aan een stadsplanning met duurzame energie om luchtvervuiling door generatoren, auto’s en industriële bronnen terug te dringen. Ook is er behoefte aan duurzame materialen, het gebruik van groenstroken en innovatieve architectuur om te voorkomen dat steden veranderen in giftige hitte-eilanden. De huidige focus van donoren en internationale organisaties in Oekraïne, die een platform voor groen herstel hebben opgezet, kan als leidraad dienen voor de Syrische regering en de internationale gemeenschap.
Bouwen aan een groener en klimaatbestendig Syrië
Nu er gesprekken plaatsvinden over de prioriteiten voor de wederopbouw van het land, betrekken Syrische maatschappelijke groeperingen en de Syrische overgangsregering internationale partijen om ervoor te zorgen dat klimaat- en milieukwesties centraal staan in de planning. PAX nam deel aan een consultatie onder leiding van de EU en de Duitse denktank Adelphi over de klimaatveiligheidszorgen van Syrië. Daarnaast organiseerde de EU, in samenwerking met het Syrische maatschappelijk middenveld en de Syrische overgangsregering, een ‘Dag van de Dialoog’ in Damascus. Tijdens beide bijeenkomsten bleek er een duidelijk besef dat duurzaam herstel de sleutel is om Syrië leefbaar te maken. Er werden met name zorgen geuit over water, landbouw, het ruimen van niet-ontplofte explosieven (UXO), en wederopbouw en de daarmee samenhangende natuurlijke hulpbronnen. Ook bredere kwesties rond huisvestings-, land- en eigendomsrechten kwamen aan bod. Dit laatste is een zorg voor boeren die terugkeren naar gebieden waar ontheemde groepen land hebben overgenomen of waar land in beslag is genomen.

Om de aankomende problemen effectief aan te pakken, zijn duidelijke afbakeningen van verantwoordelijkheid en een versterkte capaciteit binnen verschillende overheidsorganen van het grootste belang. Het Syrische Ministerie voor Noodsituaties en Rampenbestrijding leidt de milieu- en klimaatagenda en heeft de leiding over de Syrische Civiele Bescherming. Zij brengen hun expertise in die ze hebben opgedaan door jaren te werken aan UXO-ruiming en kennen de risico’s van milieu- en natuurrampen tijdens hun operaties. Meer samenwerking met het Ministerie van Lokaal Bestuur en Milieu en het nieuw gevormde Ministerie van Energie (dat het voormalige Ministerie van Waterbronnen, Ministerie van Olie en Minerale Hulpbronnen en Ministerie van Elektriciteit omvat) is essentieel. Dat is nodig voor het delen van data, kennisontwikkeling en om ervoor te zorgen dat alle milieukwesties – van planning en regelgeving tot uitvoering en monitoring – worden aangepakt.
Met de groeiende klimaatdruk op watervoorraden zal het beheer van de toegang tot water ook een grote uitdaging worden. Toch biedt dit juist aanknopingspunten voor vredesopbouw via milieu-initiatieven, aangezien het delen van middelen een constructieve weg vooruit kan zijn. Wat ook blijkt uit de decennialange samenwerking van PAX met Syrische partners en de gesprekken van de afgelopen maanden, is dat Syrische maatschappelijke groeperingen staan te popelen om bij te dragen aan dit proces. Ze zetten hun expertise, enthousiasme en niet-aflatende energie in om het land leefbaar te maken voor henzelf en toekomstige generaties.