Zowel de Sudanese strijdkrachten (SAF) als de Rapid Support Forces (RSF) financieren met de opbrengsten uit de goudhandel de aankoop van wapens en de rekrutering van strijders. Dat de EU deze analyse nu vertaalt in sanctiemaatregelen, sluit aan bij wat PAX en andere organisaties al geruime tijd naar voren brengen over de rol van natuurlijke hulpbronnen in het Sudanese conflict.
Toch roept het besluit belangrijke vragen op over de uitvoering. Een handelsverbod afkondigen is één ding; haar effectief implementeren is iets anders. Vooralsnog is onduidelijk hoe de EU de sanctie in de praktijk wil vormgeven en uitvoeren. Zolang daarover geen duidelijkheid bestaat, is ook onduidelijk hoe effectief op de naleving kan worden toegezien. Een geloofwaardig implementatie en handhavingsmechanisme ontbreekt. Zonder zo’n handhavingsmechanisme dreigt het sanctiepakket vooral symbolisch te blijven.
Daarnaast zijn sectorbrede sancties een relatief grof instrument. Effectief optreden vereist veel meer inzicht in de internationale handelsnetwerken die de goudhandel mogelijk maken: welke opkopers, handelaren, raffinaderijen, doorvoerlanden en financiële netwerken daarbij precies betrokken zijn. Zonder aanvullende maatregelen bestaat het risico dat de handel zich verplaatst naar informele of illegale handelskanalen, waardoor die juist moeilijker traceerbaar en handhaafbaar wordt. Alleen met gedetailleerde kennis kunnen sancties worden toegespitst op de actoren die de oorlogseconomie daadwerkelijk in stand houden.
Onbedoeld neveneffect
Een ander punt van zorg is de mogelijke impact op de Sudanese bevolking. Het grootste deel van de goudwinning in Sudan vindt plaats in de artisanale mijnbouw, waar goud voor honderdduizenden mensen een essentiële bron van inkomsten vormt – juist in een land waar grote delen van de bevolking met honger en extreme armoede kampen. Een breed handelsverbod kan daarom niet alleen de strijdende partijen treffen, maar ook deze kwetsbare groep. Een onbedoeld neveneffect kan zijn dat mensen die hun inkomen verliezen, zich uit pure noodzaak aansluiten bij een gewapende groepering.
Dan is er nog de eigen verantwoordelijkheid van Europese bedrijven. Sancties veranderen daar niets aan. Ook bedrijven die onderdeel zijn van de goudketen moeten zelf blijven onderzoeken of hun activiteiten bijdragen aan mensenrechtenschendingen of de financiering van het conflict. Juist daarom vraagt de uitvoering van de sancties om nauwe samenwerking tussen de EU en het bedrijfsleven, zodat overheidsbeleid en bedrijfsverantwoordelijkheid elkaar versterken.
Brede beleidsinconsistentie
Daarnaast legt dit embargo een bredere beleidsinconsistentie bloot. De EU spreekt bedrijven in de goudketen terecht aan op hun mogelijke bijdrage aan de oorlogseconomie, maar stelt veel minder nadrukkelijk de vraag welke verantwoordelijkheid óók rust op Europese bedrijven die wapens produceren of exporteren naar landen die deze aantoonbaar doorleveren aan de strijdende partijen in Sudan, met de Verenigde Arabische Emiraten als het meest in het oog springende voorbeeld. Een geloofwaardig beleid vraagt om dezelfde maatstaf voor beide sectoren. Zolang de EU de financiering van de oorlog wel aanpakt, maar de toevoer van wapens niet met dezelfde consequentie benadert, loopt zij het risico met de ene hand af te breken wat zij met de andere in stand houdt.
PAX roept de EU op dit embargo niet geïsoleerd te zien, maar in te bedden in een samenhangend en consistent beleid. Alleen een dergelijke benadering voorkomt dat Europa, direct of indirect, blijft bijdragen aan het voortduren van het conflict in Sudan.