Categorieën
Nieuws

Europese veiligheid vrede-bestendig maken: ‘mission possible’? 

De EU werkt momenteel aan een nieuwe Europese Veiligheidsstrategie en het budget voor 2028–2034. Is het mogelijk om duurzame vredesdoelen stevig te verankeren in deze agenda, terwijl de nadruk meer dan ooit ligt op de militaire aspecten van veiligheid en defensie? Ja, zeggen wij – maar alleen als deze strategie op drie pijlers wordt gebaseerd: een geïntegreerde benadering, de bescherming van burgers en voldoende waarborgen.

Beeld: EPA/Olivier Hoslet. - High Representative of the European Union for Foreign Affairs and Security Policy, Kaja Kallas, and European Commissioner for Defence and Space, Andrius Kubilius, give a press conference on the White Paper for European Defence and the REARM Europe, 19 March 2025.

De EU investeert in veiligheids- en defensiebeleid op een schaal en in een tempo die we in decennia niet hebben gezien. Dit gebeurt als reactie op de grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland, toenemende geopolitieke instabiliteit en twijfels over de vraag of de Verenigde Staten een even betrouwbare veiligheidsbondgenoot voor Europa kunnen blijven. Europese militaire budgetten stijgen en er worden nieuwe veiligheids- en defensieplannen ontwikkeld onder de noemer van het ReArm Europe plan / Readiness 2030 agenda. Alleen al in 2025 bedroegen de militaire uitgaven van EU-lidstaten meer dan €400 miljard, en dit bedrag zal naar verwachting verder stijgen. EU-lidstaten, waaronder Nederland, stemmen hun eigen veiligheidsbeleid steeds nauwer af op bredere ontwikkelingen op EU-niveau.

Hoewel de EU daadwerkelijk wordt bedreigd, bestaat er ook een groeiend risico dat de Europese veiligheid uitsluitend in termen van militaire macht wordt begrepen. Dit zou schadelijk zijn voor de bredere fundamenten van een op regels gebaseerde orde en duurzame vrede. De keuzes die nu worden gemaakt, zullen het veiligheidsbeleid voor de komende jaren vormgeven. In onze nieuwe policy briefEuropese veiligheid vrede bestendig maken: mission possible?” stellen wij voor dat de EU een brede, verantwoordelijke en op vrede gerichte veiligheidsagenda moet nastreven. Deze agenda rust op drie pijlers: een geïntegreerde benadering van vrede en veiligheid; menselijke veiligheid en de bescherming van burgers; en sterkere waarborgen voor de defensiesector. Deze aanbevelingen zijn ook volledig van toepassing op nationaal beleid, in het bijzonder in de context van de onlangs gepubliceerde Nederlandse Internationale Veiligheidsstrategie.

1. Een geïntegreerde benadering

Europese veiligheid kan niet worden gereduceerd tot militaire paraatheid. We hebben een geïntegreerde benadering nodig omdat duurzame veiligheid ook afhankelijk is van diplomatie, internationale samenwerking, conflictpreventie, vredesopbouw, democratische weerbaarheid en steun voor mensenrechten en de rechtsstaat wereldwijd. Zonder prioriteit te geven aan deze aspecten worden Europese samenlevingen kwetsbaarder, zowel voor binnenlandse onrust als voor de gevolgen van externe crises.

Dit moet worden erkend in de aankomende nieuwe Veiligheidsstrategie van de EU en in het volgende EU-budget voor 2028–2034. Meer geld voor defensie mag niet ten koste gaan van investeringen in de niet-militaire fundamenten van vrede en veiligheid. In plaats van zich blind te staren op percentage-gebaseerde militaire uitgaven, moeten Europese regeringen voldoende middelen vrijmaken voor extern optreden dat bijdraagt aan vredesdoelen én voor het in stand houden van vreedzame samenlevingen binnen Europa.

2. Beschermen van burgers

Veiligheidsbeleid moet altijd gericht zijn op mensen en hun bescherming. Zelfs wanneer militaire maatregelen noodzakelijk zijn, moeten deze worden gepland en beoordeeld vanuit een perspectief van menselijke veiligheid. Hierbij moet de bescherming van burgers, het beperken van burgerslachtoffers, respect voor het internationaal humanitair recht, transparantie en verantwoording centraal staan. Deze overwegingen moeten worden geïntegreerd in Europese veiligheids- en defensiekaders, militaire planning, trainingsprogramma’s en externe militaire steun.

In tegenstelling tot eerdere kaders bevatten recentere EU-initiatieven – waaronder het ReArm Europe plan/Readiness 2030 agenda en bredere inspanningen voor militaire-industriële transformatie – weinig verwijzingen naar menselijke veiligheid en de bescherming van burgers. Dit gat moet worden opgevuld. Het Europese veiligheidsbeleid moet niet alleen worden beoordeeld op de mate waarin het militaire capaciteiten versterkt, maar ook op de vraag of het tegemoetkomt aan de daadwerkelijke beschermingsbehoeften van mensen en samenlevingen.

3. Voldoende waarborgen

Sterkere defensie betekent dat er ook sterkere waarborgen in plaats moeten zijn. De Europese militaire opbouw mag de regels en waarborgen die veiligheids- en defensiebeleid verantwoordelijk maken niet verzwakken. Wapenexportcontroles, mensenrechtennormen, ‘due diligence’ verplichtingen en milieubescherming mogen niet worden behandeld als bureaucratische rompslomp. Toch brengen de huidige discussies over de uitbreiding van de defensie-industrie, de vereenvoudiging van regelgeving kaders en het opschalen van investeringen in de militaire sector deze waarborgen in gevaar.

De uitvoering van Europese veiligheids- en defensie-instrumenten moet daarom gepaard gaan met sterke waarborgen en toezichtmechanismen. Europees beleid en Europese financiering mogen geen steun bieden aan de verwerving of productie van controversiële wapens, zoals antipersoonsmijnen, clustermunitie, massavernietigingswapens, autonome wapensystemen of andere wapens die onverenigbaar zijn met het internationaal recht. Daarnaast moet de EU grondige wapenexport controles handhaven om te voorkomen dat Europese wapens worden verkocht aan landen waar zij kunnen worden gebruikt voor ernstige mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht. Ook moet de Europese defensie-industrie worden verplicht om zich te houden aan normen voor verantwoord ondernemen.

De rol van de EU als vredesactor

De lange termijn kracht en legitimiteit van de opkomende Europese veiligheidsarchitectuur zal niet afhangen van de militaire capaciteiten, maar van de vraag of het bijdraagt aan duurzame vrede, of het burgers beschermt, het internationaal recht handhaaft en toekomstige conflicten voorkomt. Als toonaangevende vredesactor moet de EU deze kans aangrijpen om de hoogste standaarden op het gebied van veiligheids- en defensiebeleid uit te dragen en het inzet voor menselijke veiligheid, conflict sensitiviteit, wapenbeheersing, humanitaire ontwapening, democratisch toezicht en verantwoording hoog te houden.

Bekijk ook