PAX overtuigt LRA-rebellen terug te keren in de samenleving

Beeld: Samuel Okiror / ANP

17 november 2023

Maar liefst 160 rebellen van de rebellengroep The Lords Resistance Army besloten na bemiddeling van PAX en haar Congolese partner APRu hun rebellenbestaan op te geven. De LRA pleegde hevig geweld in de jaren ’90 in Oeganda, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek en de betrokken rebellengroepen hielden zich sindsdien schuil in het oerwoud. ‘Drie presidenten moesten toestemming geven’.

Jarenlang verborgen ze zich in de bossen van de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). Twee groepen van het Oegandese Lords Resistance Army (LRA) van de beruchte Joseph Kony, ofwel het Leger van de Heer. De strijders, nu dertigers en veertigers, werden op zeer jonge leeftijd ontvoerd en tot kindsoldaat gemaakt. Congolese en Centraal- Afrikaanse meisjes werden ook ontvoerd en toegewezen aan de strijders. Zeker de helft van de groep bestaat uit kleine kinderen, die uit deze ‘relaties’ zijn ontstaan. De groepen hadden zich enkele jaren geleden van Kony afgescheiden na een leven van oorlog en geweld. Maar ook in de Centraal-Afrikaanse Republiek moesten ze zich staande houden te midden van de andere rebellengroepen. Ze onderhielden daar een goede relatie met de lokale bevolking, maar veroorzaakten nog regelmatig onveiligheid aan de andere kant van de rivier in Congo.

De ontsnapte vrouw van de rebellen- commandant werd opgevangen door onze partner APRu en zei: Mijn man wil met u spreken

Oeganda heeft sinds het jaar 2000 een amnestiewet voor strijders van gewapende groepen die willen uittreden. Ze kunnen hun verleden kwijtgescholden krijgen via deze regeling. Maar hoe moesten deze strijders dat weten? PAX en haar lokale partner APRu besloten de rebellen te benaderen. Wellicht waren ze te bewegen tot re-integratie in hun oude gemeenschappen. Wellicht was er dan ook rust voor de gemeenschappen in noordelijk Congo mogelijk, en zouden de ontvoerde vrouwen en hun kinderen vrij kunnen komen en naar huis terug kunnen keren. Heel langzaam overwonnen de Oegandese strijders hun angst om terug te keren naar hun dorpen.

Marianne Moor, senior programmaleider voor Congo, Oeganda en Centraal Afrika van PAX hield zich bezig met het proces van begin tot het voorlopig eind, want nu de rebellen inderdaad de stap hebben gezet om het oerwoud uit te komen en hun wapens neer te leggen, begint het eigenlijk pas. Maar daarover later meer. Eerst naar hoe het allemaal begon.

Verbinding met de satelliettelefoon

Marianne: ‘Regelmatig ontsnapten er leden van de groepen en één van hen was de Congolese vrouw van de hoofdcommandant. Ze kwam in het noordoosten van Congo en werd opgenomen in ons reïntegratieprogramma (dit programma loopt al sinds 2007 in de provincie Haut Uélé). Ze zei: “Generaal Doctor Achaye wil met jullie spreken.” We legden contact met burgers in de buurt van het rebellenkamp in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Na een aantal maanden liet de commandant via die mensen weten dat we konden komen. De bezoeken in het door gewapende conflicten geteisterde gebied hadden veel voeten in aarde, de andere rebellengroepen moesten ervan op de hoogte worden gesteld om veiligheidsproblemen te voorkomen. Na een reeks van gesprekken met een klein deel van de commandanten, werden we uiteindelijk uitgenodigd om de groep in hun kamp te bezoeken. Het wantrouwen en de onwetendheid van de rebellen waren enorm. De Oegandese strijders waren al decennia verstoken van contact met hun gemeenschappen en dachten dat ze direct vermoord zouden worden na terugkeer. We brachten hen per satelliettelefoon in contact met al gedeserteerde leden van hun groep die inmiddels een nieuw leven hadden opgebouwd. Langzaam kwam het besef dat er leven na de oorlog mogelijk was. Na een aantal bezoeken vroegen we een schriftelijke verklaring van de commandanten waarmee we gemachtigd werden om hun verzoek aan de Oegandese en Centraal Afrikaanse autoriteiten voor te leggen. Het spande er tot het laatste moment om, maar vlak voor ons vertrek kwam de getekende verklaring rond.’

Daarna ging de bal rollen en inmiddels zijn er 160 mensen uit de bossen naar de bewoonde wereld gekomen, onder wie 120 vrouwen en kinderen. Bijna iedereen werd op jonge leeftijd ontvoerd door de LRA.

Dit alles ging uiteraard niet zonder slag of stoot. Marianne: ‘Heel lastig bleek de politieke complexiteit in de regio. Omdat de leden van de LRA-groepen nationaliteiten hadden, moest er regionaal worden samengewerkt. De verhoudingen tussen CAR en Oeganda waren flink bekoeld en er waren nauwelijks nog diplomatieke betrekkingen tussen de landen, laat staan militaire betrekkingen. Eerst ging de samenwerking heel moeizaam. Bovendien zijn er altijd krachten die financiële of politieke baat hebben bij oorlog tegen de LRA, en die soms dan ook tegenwerken. De eerste gesprekken vonden plaats in oktober vorig jaar en nu pas begint het proces van re-integreren. Uiteindelijk moesten alle drie de presidenten van de betrokken landen toestemming geven.’

Sommige mensen zijn zwaar getraumatiseerd

Maar ook de rebellen zelf moesten door een heel proces. De LRA kwam dan ook in kleine groepen na elkaar uit het oerwoud. Ze wilden zien wat er met hun voorgangers gebeurde na aankomst in hun thuisland. Marianne: ‘Dezelfde vragen bleven steeds terugkomen: “Wat gebeurt er met mijn kinderen, word ik straks niet doodgeschoten in Oeganda en heb ik daar eigenlijk wel een toekomst?” We konden hen laten zien dat we al jaren werkten met eerdere deserteurs uit hun groepen en dat die een nieuw menswaardig bestaan hadden kunnen opbouwen.’

Bij aankomst in Oeganda, werden de voormalig rebellen door de autoriteiten en traditionele stamhoofden goed ontvangen, zegt Marianne: ‘De regering kan haar zorg dat de rebellen nog steeds een bedreiging vormen voor het regeringsleger loslaten en de Acholi zien het als de terugkeer van hun kinderen.’

De mensen zitten nu nog in een geïsoleerd opvangkamp in Oeganda. Hun re-integratie zal een lang en moeizamer proces worden. Marianne: ‘Meestal komt de werkelijkheid pas na een week of zes na hun terugkeer bij de familie binnen. Mensen komen terug met kinderen en zonder schoolopleiding, en zijn vaak getraumatiseerd. Ze moeten een vak leren en hun draai vinden in een samenleving die inmiddels sterk veranderd is. We weten dat dit een intensieve één op één begeleiding vergt.’

Word ik niet meteen doodgeschoten als ik in Oeganda aankom?

Het feit dat de voormalig rebellen binnenkort amnestie zullen krijgen, heeft vragen opgeroepen in een artikel in de Nederlandse pers. Marianne benadrukt dat de discussie over het dilemma tussen vrede en gerechtigheid belangrijk is en gevoerd moet blijven worden. Marianne: ‘In Oeganda bestaat al sinds 2000 een Amnestieregeling waarvan meer dan 20.000 rebellen gebruik hebben gemaakt. Tegen de voormalig strijders lopen geen aanklachten in Oeganda, Congo en de CAR, noch bij het Internationaal Strafhof. Het opheffen van dit rebellenleger heeft de veiligheidssituatie met name voor de lokale bevolking in noordelijk Congo aanzienlijk verbeterd. Bovendien was het bestaan van de ruim veertig ontvoerde vrouwen en hun kinderen in het oerwoud gevaarlijk. Er waren regelmatig aanvallen van andere groepen en er was geen medische zorg. Veel kinderen zijn overleden. Zij krijgen nu de kans om naar hun familie in Congo en de CAR terug te keren. De gemeenschappen in met name noordelijk Congo hebben bovendien aangegeven dat ze zich nu veel veiliger voelen. In Oeganda worden de voormalig strijders zowel als dader als ook als slachtoffer gezien door veel mensen in de ontvangende gemeenschappen. Ze zijn als kind ontvoerd en hebben zich uit lijfsbehoud moeten aanpassen. Maar de wandaden n het geweld zijn de slachtoffers niet vergeten.

Met deze amnestie is het des te belangrijker dat er gewerkt wordt aan dialoog en verzoening tussen slachtoffers en voormalig strijders, bijvoorbeeld door het houden van gezamenlijke herdenkingen. Verzoening betekent niet dat het verleden vergeten moet worden. Integendeel. Cruciaal is vooral ook dat er een gezamenlijke waarheidsvinding plaatsvindt. Gemeenschappen die zo geleden hebben willen werken aan een gezamenlijk verhaal van de gebeurtenissen en daarover blijven praten. Daarmee zal de verwerking van het leed, in al haar gelaagdheid mogelijk worden.’

Schrijf je in voor de nieuwsbrief