De gedachte dat mensen zich bij een zo’n ingrijpende beslissing laten leiden door een financieel extraatje is bespottelijk en de verwachtingen zijn dan ook laag. Zolang Syrië nog geen veilige en stabiele toekomst biedt, en zonder serieuze en langdurige internationale politieke en economische inspanning is het moreel en politiek onverdedigbaar om mensen te verleiden met wat feitelijk een oprotpremie is.
Als het werkelijk de bedoeling is om Syriërs te laten bijdragen aan de wederopbouw, zou Nederland om te beginnen de eerder door Bontenbal en Piri voorgestelde go & see-regeling opnieuw kunnen overwegen.
Terugkeer – maar waarnaartoe?
Het is inmiddels bijna een jaar geleden dat het genocidale regime van Bashar al-Assad werd afgezet. Assad was hoofdverantwoordelijk voor meer dan een half miljoen doden, ruim zes miljoen vluchtelingen en minstens evenveel intern ontheemden.
Na vijftien jaar oorlog ligt Syrië letterlijk in puin. Een lid van de Duitse regeringsdelegatie die onlangs het land bezocht, merkte op dat Syrië er ‘erger bij ligt dan Duitsland in 1945.’ Sociaal, economisch en politiek zit het land aan de grond. Iedereen kan beseffen dat er een langdurige, grootschalige internationale inspanning nodig is om Syrië enigszins op de been te helpen. Van zo’n inspanning is echter nog geen sprake – ook niet vanuit Nederland.
Tot nu toe hebben slechts weinig Syriërs in Nederland gebruikgemaakt van een terugkeerregeling. Dit jaar keerden ongeveer 700 Syriërs terug. De minister verwacht dat dit aantal met de nieuwe regeling kan oplopen tot circa 3000. Maar een voorwaarde om in aanmerking te komen voor de regeling, is dat zij hun asielprocedure stopzetten en afstand doen van hun in Nederland verworven verblijfsrechten.
Een ongewisse toekomst
In maart pleegden gewapende groepen massamoorden op de Alewitische bevolkingsgroep in de kustregio, al dan niet met steun of goedkeuring van de regering. Nog steeds wordt het gebied rond Suweida, na de massale moorden in juli, belegerd door onder meer regeringstroepen.
Er is nog geen begin gemaakt met de berechting van de daders van mensenrechtenschendingen – niet van degenen die loyaal waren aan het voormalige regime, maar ook niet van daders aan de zijde van gewapende oppositiegroepen, waarvan sommigen nu deel uitmaken van de nieuwe regering.
De regering heeft het land niet volledig onder controle. Onder andere Turkije en Israël houden delen van Syrië bezet en zijn militair actief. Tel daarbij op: de fragiele en gespannen situatie in de regio, de slechte economische omstandigheden, de voortdurende dreiging van geweld tussen (en tegen) bevolkingsgroepen, én de grote twijfels over de regering van Ahmed al-Sharaa – dan is het begrijpelijk dat veel Syriërs het nog te vroeg vinden om hun toekomst en rechten in Nederland op te geven voor een onzekere toekomst in Syrië. Een grote toeloop van vluchtelingen zou het land nog verder kunnen destabiliseren.
Go & See
Het was een goed idee dat Henri Bontenbal en Kati Piri al in februari een motie indienden die het voor Syriërs mogelijk maakte hun land te bezoeken zonder dat dit directe gevolgen zou hebben voor hun verblijfsstatus in Nederland. Zo zouden zij met eigen ogen kunnen zien wat de situatie in Syrië is, en op basis daarvan een weloverwogen beslissing kunnen nemen. De regering Schoof legde de motie echter naast zich neer.
Met het formeren van een nieuwe regering, waarbij het CDA en D66 het voortouw nemen is er wellicht de kans om opnieuw beleid ten aanzien van Syrië te maken. De go & see-regeling is een goed begin, omdat het Syriërs de kans geeft om zelf te beoordelen of terugkeer op termijn realistisch en veilig is. Maar het mag daar niet bij blijven. Om een toekomst in Syrië te bouwen moet Nederland daadwerkelijk investeren in de maatschappelijke en economische (weder)opbouw van Syrië. Nederland moet de meer dan 150.000 Syriërs in Nederland hierbij actief betrekken.