Dat begint met het erkennen van de realiteit. Na ruim twee jaar ongekend geweld tegen alles en iedereen in Gaza is de vernietiging immens. Bijna 70 duizend Palestijnen zijn gedood – de meesten zijn burgers – en meer dan 170 duizend mensen zijn gewond geraakt, velen ernstig. Zowat elk gebouw is verwoest, nagenoeg iedereen is ontheemd. Israël zet honger in als wapen. Er is een genocide gaande, Gaza is bezet; toch kocht Nederland in de afgelopen twee jaar nog voor 1 miljard euro aan wapens van Israël.
Na allerlei rapporten van mensenrechtenorganisaties, de VN en wetenschappers die duidelijk maken dat Israël genocide pleegt (of heeft gepleegd), kan Nederland hierover niet blijven zwijgen. De regering moet toegeven dat er sprake is van genocide.
Doet de regering dat niet, dan moet de Tweede Kamer dit zelf doen. In het verleden heeft het parlement meer dan eens het initiatief genomen om zelf volkerenmoord te erkennen. Bijvoorbeeld in 2021, toen het geweld van Islamitische Staat tegen de Jezidi’s in het noorden van Irak als genocide erkend werd. Het vaak gehoorde voorwendsel, dat hiervoor eerst een uitspraak van een xnodig is, werd toen terecht niet geaccepteerd.
Als genocide plaatsvindt of dreigt, zijn landen onder het internationaal recht verplicht alles te doen wat redelijkerwijs mogelijk is om dit te stoppen of voorkomen. De Nederlandse regering heeft hierin de afgelopen twee jaar pijnlijk gefaald.
Ten minste is nodig dat een volledig wapenembargo wordt ingesteld. Dat betekent geen enkele export van militair materieel, ook niet van zogenoemde dual use goederen, die mogelijk ingezet kunnen worden als wapen.
Het betekent ook dat geen wapens in Israël meer worden gekocht. Nederland heeft dit afgelopen paar jaar, tijdens de genocide, voor ongeveer een miljard euro gedaan. Hiermee heeft Nederland de Israëlische oorlogsindustrie gespekt, die talloze misdaden in Gaza mede mogelijk heeft gemaakt.
Wie het internationaal recht wil bevorderen, dient ook verdergaande stappen te nemen. Het is belangrijk dat de grondoorzaken van conflict worden aangepakt. Stevige maatregelen tegen Israël zijn nodig. Overigens niet alleen voor Gaza. Ook om uitbreiding van illegale nederzettingen, verdere annexatie van grondgebied en apartheid in de bezette Westelijke Jordaanoever tegen te gaan.
Een verbod op handel met nederzettingen in bezet gebied, waar de Nederlandse regering na aanhoudende maatschappelijke en politieke druk nu aan werkt, is een goede eerste stap. Daarnaast is het nodig álle (economische) betrekkingen die bijdragen aan bezetting, oorlogsmisdaden, nederzettingen, apartheid of onderdrukking volledig te verbreken. De stevige, na de Russische invasie van Oekraïne door de EU genomen maatregelen kunnen hier als inspiratie dienen.
Vorige maand werd een staakt-het-vuren in Gaza afgesproken. Dit is inmiddels al vaak geschonden, vooral door Israël. Dat land heeft sindsdien ruim honderd aanvallen uitgevoerd in Gaza, resulterend in meer dan tweehonderd doden. Allerlei gebouwen zijn gesloopt. De blokkade van grensovergang Rafah, in het zuiden, is nog altijd niet opgeheven. En er wordt veel te weinig humanitaire hulp toegelaten. Ook met betrekking tot het staakt-het-vuren geldt: meer druk op Israël is nodig.
Uit opiniepeilingen blijkt keer op keer dat er onder de Nederlandse bevolking maar weinig steun is voor het regeringsbeleid aangaande Gaza. En afgelopen maanden trokken een half miljoen Nederlanders in drie massademonstraties door Den Haag en Amsterdam een rode lijn, voor drastisch ander beleid. De nieuwe volksvertegenwoordiging doet er goed aan hiernaar te luisteren en van de regering Gazabeleid te eisen dat is gebaseerd op respect voor het internationaal recht.
Het vorige kabinet faalde in het naleven van Artikel 90. Tegen zowel de nieuwe als zittende Kamerleden zeggen wij: uw eed is geen symbool. Wij verwachten dat de belofte de internationale rechtsorde te bevorderen nageleefd wordt. Vanaf nu.