Staten en gewapende groepen gebruiken in grote mate luchtaanvallen met drone en aanvallen met zee drones tegen olie en container schepen, die grote gevolgen kunnen hebben voor de mariene biodiversiteit. De opeenhoping van olie vervuiling, gezonken schepen en activiteiten van marine fregatten dragen bij een aan deze vorm van ‘langzaam geweld’, een stillle, minder zichtbare vorm van milieu vernietiging dat de zeen en oceanen in conflict gebieden bedreigd. De afgelopen zes maanden zijn er toenemende aanvallen geweest die hebben geleid tot zware vervuilings incidenten door olie en andere giftige stofften, wat kan leiden tot toenemend risico’s voor burgers en hun leefomgeving.
Tijdens het Global Initiative to Galvanize Political Commitment to International Humanitarian Law – georganiseerd door het internationale Rode Kruis – zal PAX ons onderzoek en juridische beleidsvoorstellen presenteren over hoe het internationale humanitaire recht toekomstbestendig kan worden gemaakt voor de bescherming van het mariene milieu.
De huidige conflicten onderstrepen nog maar eens hoe urgent dit is. Nieuwe technologieën, zoals maritieme drones, in combinatie met veranderende tactieken van staten en niet-statelijke actoren, hebben geleid tot een groeiend aantal aanvallen op burgers, marineschepen en installaties voor fossiele brandstoffen, zowel op zee als aan land. De oorlog van de VS en Israël tegen Iran, gesteund door regionale bondgenoten, en de daaropvolgende Iraanse vergeldingsaanvallen, hebben het scheepvaartverkeer tot stilstand gebracht, waardoor duizenden schepen in de Perzische Golf zijn blijven liggen en het risico op lekken en olielekkages in de hele regio is toegenomen. Om de urgentie van het aanpakken van conflictgerelateerde mariene vervuiling te benadrukken, heeft PAX een korte briefing opgesteld over de milieueffecten van de huidige zeeoorlogvoering, voortbouwend op ons rapport over zeeoorlogvoering en het milieu, dat begin 2026 werd gepubliceerd.
Perzische Golf en Straat van Hormuz: de oorlog op zee met Iran
Na het uitbreken van de oorlog tussen de VS en Israël tegen Iran op 28 februari 2026, verklaarde Teheran de Straat of Hormuz gesloten en kwam het scheepvaartverkeer in de Perzische Golf kwam vrijwel tot stilstand. Koopvaardijschepen veranderden vrijwel onmiddellijk in frontliniedoelen. Op 20 juli had de Internationale Maritieme Organisatie 59 aanvallen op burgerlijke schepen geregistreerd, waarvan verschillende aanzienlijke vervuiling veroorzaakten, waaronder lekkages van olietankers en vrachtschepen voor de kusten van Oman, de Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Koeweit en Irak.
Aanvallen op Iraanse marineschepen bij Bandar Abbas veroorzaakten massale vervuiling: zware stookolie lekte van een gezonken vliegdekschip van maart tot juli, en dreef beschermde gebieden binnen. Deze gebieden herbergen een rijke aquatische biodiversiteit, waaronder dolfijnen, schildpadden en nestgebieden voor vogels.

De dreiging komt niet alleen van aanvallen op schepen. Luchtaanvallen troffen ook olie-installaties aan land, zoals die op Lavan Island, wat resulteerde in een grote olievlek rond het eiland die Sheedvar Island bereikte – een door de Ramsar-Conventie beschermd gebied, een een bekende broedplek voor zowel vogels als groene en karetschildpadden. Beelden tonen vogels en vissen bedekt met donkere olie op Sheedvar Island.

Begin juni 2026 zou een Russische olie tanker zijn getroffen door explosies van onbekende oorsprong en verlaten door de bemanning voor de kust van Jemen in de Golf van Aden. Begin juli werd hetzelfde schip gestrand en olie-lekkend aangetroffen in de baai rond Al-Qibliyah Island, voor de kust van Oman, deel van het Arabische Zee-reservaat, een aangeduid marien beschermd gebied. Daar dreigt nu een grootschalige milieuramp als de 800.000 vaten olie, drie zoveel als in de Exxon Valdez ramp in de zee terecht komt.
Naast deze directe gevolgen zorgde de blokkade van de Straat van Hormuz sowieso voor een sterke stijging van olielekkages. Op het hoogtepunt lagen meer dan 2.000 schepen stil, terwijl gebrek aan onderhoud lekkages van offshore olie- en gasinstallaties verergerden. Onderzoekers van de Universiteit van Zuid-Florida ontdekten dat olielekkages in maart 2026 ongeveer vier keer zoveel gebied bedekten als in maart 2025, met aanhoudende lekkages van vastzittende schepen en beschadigde infrastructuur. In het aanmeergebied voor tankers in de Golf van Oman, aan de oostkust van de Verenigde Arabische Emiraten en Oman, en in de haven van Bandar Abbas in Iran deden zich talrijke olielekkages voor. Ondertussen werden, waarschijnlijk als gevolg van het gebrek aan onderhoud door de conflicten, grote zichtbare olievlekken afkomstig van de booreilanden waargenomen bij de olievelden Abuzar en Fars in de Perzische Golf, die daarmee een andere belangrijke bron van vervuiling werden.

Milieurisico’s in de Perzische Golf en omringende gebieden
De Perzische Golf is ondiep, heet en heeft een hoog zoutgehalte. Het is een semi-gesloten zee waarvan het water meerdere jaren nodig heeft om volledig naar de open oceaan te stromen. Een grote olievlek verdwijnt hier niet zomaar; hij circuleert, concentreert zich en bezinkt, en vergiftigt het ecosysteem voor decennia. Wetenschappers wijzen erop dat de hittebestendige koraalriffen, zeegrasvelden, mangroves, doejongs en walvishaaien in de Golf wereldwijd significant zijn, juist omdat ze laten zien hoe marien leven klimaatstress kan overleven.
De regio kampt nog steeds de teerresten op de kust van de olieramp tijdens de Golfoorlog van 1991. De Straat van Hormuz en de aangrenzende wateren van de Perzische Golf en de Golf van Oman herbergen koraalriffen, mangrovebossen en zeegrasvelden. Het belangrijkste gebied is waarschijnlijk het Hara Biosfeerreservaat van Iran rond Qeshm Island, het grootste Avicennia-mangrovesysteem van de Golf, een UNESCO-reservaat en Ramsar-gebied dat ongeveer 80% van de mariene paaigronden van de Golf ondersteunt. Het dient ook als overwinteringsgebied voor Dalmatische pelikanen en als voedselgebied voor groene schildpadden.
Aan de Arabische kant liggen het Zuidelijke Golf IMMA, het Marawah Mariene Biosfeerreservaat en het Al-Yasat Marien Beschermd Gebied in Abu Dhabi, en het ongeveer 1.650 km² grote Doejong- en Zeegras Marien Beschermd Gebied van Qatar, allemaal binnen bereik van drijvende olievlekken.

De zuidelijke Golf herbergt de op een na grootste populatie van kwetsbare doejong, ook wel bekende als de Indische zeekoe, een zeezoegdier, en 700 bedreigde Indische Oceaan-bultkopdolfijnen, naast Indo-Pacifische tuimelaars en gewone bruinvissen die zich voeden in dezelfde zeegras- en mangrovekanalen waar nu een grote olievlek lijkt te liggen. Groene en karetschildpadden leggen eieren op de stranden van de Golf, en de visserij in de regio heeft te kampen met massale sterfte van vissen door giftige koolwaterstoffen in het zeewater.
Olie smoort de mangrovewortels en zeegrasvelden die als kraamkamers voor zeeleven fungeren, en omdat de riffen aangetast raken door de giftige stoffen verspreidt de schade door de voedselketen in een veel groter gebied. Het transnationale karakter van de Straat betekent dat geen enkel land de wateren kan beschermen tegen een olielekkage.

Daarnaast vormen aanvallen op ontziltingsinstallaties en inlaten van verontreinigd zeewater humanitair risico: bijna 100 miljoen mensen in de regio zijn afhankelijk van ontziltingsinstallaties waarvan de filtersystemen kunnen worden verontreinigd door olievlekken. Aanslagen op zee bedreigen dus ook de drinkwatervoorziening op het land.
Tot slot maken onderzoeksbeperkingen in de Golfstaten het moeilijk om de gevolgen van de oorlog op het mariene milieu te beoordelen. Oman ontkende dat er een olielekkage was van de gestrande Russische tanker, terwijl satellietbeelden duidelijke lekkages rond het eiland toonden.
Zwarte Zee en Zee van Azov: de schaduwvloot-oorlog
De Oekraïense acties tegen de schaduwvloot van Rusland – oude, sanctie-ontwijkende tankers – escaleerde van geïsoleerde aanvallen eind 2025 tot een systematisch maritiem- en luchtdrone-offensief tegen mid-2026. Op 22 juli 2026 meldde Oekraïne 183 Russisch-gerelateerde schepen te hebben aangevallen, waaronder meer dan 114 tankers. Op 16 juli troffen langafstands-maritieme drones twee grote ruwe-olie-tankers, de Louise 1 en de Banda, voor de kust van Rusland in de Zwarte Zee. Beide stonden onder sancties omdat ze Russische ruwe olie vervoerden. Satellietbeelden toonden brandende schepen en een grote olielekkage in de Zwarte Zee.
Uit analyse van satellietbeelden met Sentinel-1-radargegevens door PAX blijkt dat het aantal schepen in de Straat van Kertsj is afgenomen; veel beschadigde schepen zijn waarschijnlijk verplaatst naar nabijgelegen havens of havens verder weg, waaronder naar Marioepol in het bezette Oekraïne en naar Russische havens ten zuidoosten van de Straat. Rusland is van zijn kant doorgegaan met aanvallen op Oekraïense schepen, haveninfrastructuur en graancorridors, terwijl zijn in verval geraakte tankervloot op zichzelf al risico’s op olielekkages voor het mariene milieu van de Zwarte Zee met zich meebrengt.

Een parallel risicogebied is de kustlijn zelf. In april 2026 leidden herhaalde Oekraïense drone-aanvallen op de Tuapse-raffinaderij en olieterminal in Krasnodar Krai tot grote branden, minstens drie doden en een olievlek in de Zwarte Zee, samen met ‘zwarte regen’ – een olie- en roetbevatte neerslag – over de stad en omliggende gebieden met vervuiling die zich verspreid tot aan Sochi. Weken later werden nog steeds dode dieren en verontreinigde stranden opgeruimd.
Het conflict tussen Rusland en Oekraïne heeft zich ook ver buiten de Zwarte Zee uitgebreid. Oekraïne heeft offshore boorplatforms en schepen in de Kaspische Zee aangevallen, terwijl een grote LPG-tanker, de Arctic Metagaz, beschadigd raakte in de Middellandse Zee voor de kust van Malta en later afdreef naar Libië, wat extra risico’s met zich meebracht voor het milieu.

Het conflict tussen Rusland en Oekraïne heeft zich ook ver buiten de Zwarte Zee uitgebreid. Oekraïne heeft offshore boorplatforms en schepen in de Kaspische Zee aangevallen, terwijl een grote LPG-tanker, de Arctic Metagaz, beschadigd raakte in de Middellandse Zee voor de kust van Malta en later afdreef naar Libië, wat extra risico’s met zich meebracht voor het milieu.

Milieurisico’s in de Zwarte Zee en Zee van Azov
De Zee van Azov behoort tot de ondiepste zeeën ter wereld. Een afname van de rivierinstroming en stijgende zoutgehalten hadden het ecosysteem al verzwakt, en oorlogslekkages verergeren nu de chronische vervuiling van voor de oorlog door olieterminals en zwaar scheepvaartverkeer. Een dicht netwerk van natuurreservaten ligt langs de Azov-Zwarte Zee-kust, en een groot deel daarvan ligt nu binnen het conflictgebied.
Aan de Oekraïense kant hebben oliefilms van gezonken schepen zich verspreid over beschermde wateren, waaronder het Nationaal Zoologisch Reservaat Snake Island, het Nationaal Botanisch Reservaat Zernov Phyllophora-velden het Zwarte Zee Biosfeerreservaat. Russisch federale beschermde gebieden zijn ook niet gespaard gebleven: de mazut-lekkage in de Strait of Kerch in 2024 bereikte het Natuurreservaat Utrish ten oosten van Anapa en het Vluchtelingengebied Priazovsky in de Koeban-delta, terwijl het Reservaat Zaporizhzhya-Tamansky in de Baai van Taman ligt in een migratiecorridor die door tot twee miljoen watervogels wordt gebruikt.
De gevolgen zijn ook transnationaal: de lekkages beïnvloedden minstens vijf IUCN Important Marine Mammal Areas in het bekken, waaronder het gebied ‘Kaliakra tot de Donau-delta’, dat zich uitstrekt tot in Bulgarije en Roemenië.

Walvisachtigen zijn de meest zichtbare slachtoffers. Alle drie de Zwarte Zee-soorten – de tuimelaar, de bruinvis en de gewone dolfijn – zijn afhankelijk van de Straat van Kertsj, die op hun migratieroutes ligt en in de buurt van voedselgebieden tijdens het broedseizoen. Duizenden dode dolfijnen zijn aangetroffen op stranden rond de Zwarte Zee, hun dood toegeschreven aan sonar, onderwaterontploffingen en conflictgerelateerde vervuiling. Het stookolie-lek in de Straat van Kertsj in december 2024 alleen al doodde minstens 84 dolfijnen en 700 vogels, terwijl de gezonken zware mazut ook de blootstelling van aquatisch leven en de zeebodem verhoogde, in het bijzonder het Zernov Phyllophora-veld met zijn unieke algensoorten.
Transnationale gevolgen van conflictvervuiling
De Oekraïense aanvallen op de Kairos en de Virat olietankers binnen de exclusieve economische zone van Turkije, die door Turkije werden veroordeeld als ernstige risico’s voor de scheepvaart, het leven, eigendommen en de milieuveiligheid, laten zien hoe de door de oorlog veroorzaakte milieurisico’s ook derden rakt. Een vergelijkbaar geval deed zich voor voor de kust van Sri Lanka, waar het gezonden Iraanse schip DENA een grote olievlek veroorzaakte die een kustnatuurreservaat bereikte. Een snelle schoonmaakactie voorkwam verdere schade. De regering van Sri Lanka weigerde de verantwoordelijke partij te noemen, waarschijnlijk om de relatie met de Verenigde Staten niet in gevaar te brengen. Voor de kust van Libië ontbraken lokale autoriteiten intussen de capaciteit en middelen om de afdrijvende Russische tanker Arctic Metagaz te bergen.
Huidige trends en de noodzaak om de juridische bescherming te versterken
Omdat de toegang tot betrouwbare rapporten op de grond zo beperkt is, zijn satellietwaarnemingen essentieel voor het monitoren en meten van deze lekkages en olielekkages in beide conflictgebieden. Deze gegevens zijn fundamenteel voor de voorlopige risicoscreening die een snelle reactie, schoonmaak en herstel mogelijk maakt. Op basis van lopende beoordelingen zien de gevolgen in zowel het Midden-Oosten als de wateren rond Oekraïne en Rusland er al zorgwekkend uit. Ze vereisen een snelle reactie van de internationale gemeenschap om de ergste milieuschade te voorkomen en te beperken.
Deze conflicten benadrukken verschillende trends die we eerder in onze analyse van zeeoorlog aan de kaak stelde:
- De groeiende inzet van onbemande systemen (zoals drones).
- De toename van aanvallen op maritieme handelsroutes.
- Het opkomende gebruik van kunstmatige intelligentie voor het richten op doelen.
Onbemande systemen zijn het wapen bij uitstek geweest in de recente golf van aanvallen op de schaduwvloot van Rusland, op Oekraïense schepen en op tankers die door de Strait of Hormuz voeren. Naarmate staten zich richten op goedkope maar effectieve manieren om doelen op zee aan te vallen, en niet-statelijke gewapende groepen toegang krijgen tot deze wapens, voedt deze tactiek direct de tweede trend: aanvallen op maritieme handelsroutes. Fossiele brandstoffen en gerelateerde infrastructuur zijn een makkelijk doelwit, en dat brengt bredere milieurisico’s met zich mee door lekkages.
Dit roept onopgeloste vragen op over of dergelijk richten op doelen de beginselen van proportionaliteit en voorzorg ten aanzien van het milieu kan respecteren.
Een derde trend is de ‘donkere’ scheepvaart. In alle drie de zeeën varen schepen met uitgeschakelde AIS-transponders, hetzij om sancties te ontlopen, hetzij om aanvallen te vermijden. Dit vergroot het risico op botsingen, de mogelijkheden om van lekkages en vervuiling toe te wijzen. En dat betekent dat officiële incidentcijfers de ware omvang van het probleem onderrapporten.
Opmerkelijk is dat de Oekraïense drone-eenheid publiekelijk heeft benadrukt dat het vermijden van lekkages een operationele beperking is: de commandant stelde dat het doel is tankers uitte schakelen zonder de romp te doorboren, omdat ‘het doel niet is om de zee te vervuilen’. Analisten merken echter op dat AI-gestuurde drones moeite hebben om de laadruimtes te vermijden, wat dit een concrete illustratie maakt van de waarschuwing van PAX dat autonoom en onbemand systemen mogelijk niet in staat zijn om milieurisico’s in hun richtbeslissingen mee te nemen.
De gevolgen voor niet-strijdende partijen en beschermde gebieden zijn groot: de economische zone van Turkije, de kust van Malta en Libië, de kust van Oman, Iraakse laadzones, het wildreservaat van Sheedvar Island, het instortende ecosysteem van de Azov de ontziltingsafhankelijke bevolkingen van de Golf. De milieukosten van oorlog op zee zijn regionaal en generatie-overstijgend, niet beperkt tot de strijdende partijen.
Belangrijkste aanbevelingen
- Verduidelijk hoe het internationale recht van toepassing is op zeeoorlog
Staten dienen te bevestigen dat milieuverplichtingen uit hoofde van het internationaal milieurecht en het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) ook tijdens gewapende conflicten op zee van toepassing blijven, en dat, wanneer een milieuregel meer bescherming biedt dan een vergelijkbare regel uit het humanitair recht, een conflict tussen beide alleen op grond van duidelijke redenen mag worden vastgesteld. De artikelen 192 en 194 van UNCLOS (de bescherming van het mariene milieu en de voorkoming van verontreiniging „uit welke bron dan ook“), gelezen in samenhang met de voorwaardelijke militaire uitzondering in artikel 236, moeten als uitgangspunt dienen voor de beoordeling van de aanvallen op tankers in alle drie de conflictgebieden. Het klimaatadvies van het Internationaal Gerechtshof uit 2025 en het advies van het Internationaal Tribunaal voor het Zeerecht uit 2024 ondersteunen een dergelijke harmonieuze, regimoverschrijdende interpretatie. - Versterk milieubescherming bij niet-internationale gewapende conflicten en tegen niet-statelijke en hybride actoren.
Een groot deel van het huidige geweld op zee vindt plaats in juridische grijze zones, of het nu gaat om schaduwvloten, ontkenbare drone-aanvallen, de handhaving van blokkades of aanvallen in de wateren van derde staten. PAX beveelt aan om te verduidelijken welke verplichtingen uit hoofde van het humanitair recht gelden voor niet-statelijke gewapende groeperingen, gebruik te maken van speciale overeenkomsten op grond van gemeenschappelijk artikel 3, en de Martens-clausule en PERAC-beginsel 12 in te zetten als aanvullende beschermingsmaatregelen, zodat er geen ‘juridisch vacuüm’ ontstaat dat schade aan het mariene milieu kan rechtvaardigen. - Verbeter van de bescherming van mariene soorten en gevoelige ecosystemen
Oorlogvoerende partijen en kuststaten dienen ecologisch cruciale gebieden in onderling overleg aan te wijzen als verboden, gedemilitariseerde milieuzones, voortbouwend op artikel 60 van Aanvullend Protocol I, de richtlijnen van het ICRC uit 2020 en de PERAC-beginselen 4 en 18. De aanmoediging in het Handboek van San Remo (in artikel 11) om vijandelijkheden in „zeldzame of kwetsbare ecosystemen“ te vermijden, moet worden omgezet in duidelijke, operationeel toepasbare regels, en milieueffectbeoordelingen moeten als leidraad dienen bij routeplanning, beslissingen over het leggen van mijnen, het gebruik van sonar en de timing van operaties. - Verbeter naleving, verantwoording en monitoring in afwachting van nieuwe verdragen
De internationale gemeenschap zou het in december 2025 door het Openbaar Ministerie van het Internationaal Strafhof (ICC) vastgestelde beleid inzake de aanpak van milieuschade via het Statuut van Rome moeten steunen als een manier om de verantwoordelijken voor de ernstigste schade aan het mariene milieu ter verantwoording te roepen, en de drempel van „wijdverspreid, langdurig en ernstig” uit het Statuut van Rome moeten interpreteren in het licht van de huidige ecologische kennis. Staten moeten tevens wapenbeoordelingen op grond van artikel 36 uitvoeren, waarbij expliciet de milieurisico’s worden beoordeeld van de maritieme drones en autonome doelsystemen die momenteel in de Zwarte Zee worden ingezet. Ten slotte moeten zij UNEA-resolutie 6/12 in de praktijk brengen door de technische richtsnoeren van het UNEP inzake conflictgerelateerde milieugegevens uit te breiden tot mariene en kustecosystemen, zodat via satelliet gedetecteerde lozingen in de Perzische Golf, de Zee van Azov, de Zwarte Zee en de Middellandse Zee, evenals in andere getroffen mariene gebieden, systematisch worden gedocumenteerd met het oog op toekomstige beoordeling, sanering en herstel. - Verminder en rapporteer broeikasgasemissies door maritieme operaties
De grootschalige marine-inzetten, blokkades, escorteoperaties en het in brand steken van infrastructuur voor fossiele brandstoffen in 2026 brengen allemaal klimaatkosten met zich mee die onzichtbaar blijven, omdat het rapporteren van militaire emissies in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) vrijwillig is. Staten zouden deze transparantiekloof moeten dichten, het „Pledge–Plan–Proceed–Publish”-kader van het UNFCCC moeten aanpassen aan hun marines, en klimaatoverwegingen moeten integreren in de lopende herziening van het San Remo-handboek.
Bij deze vijf aanbevelingen benadrukken we het belang van politieke wil: zonder oprechte inzet van staten zullen zelfs de sterkste juridische kaders zwak en blijken. De alarmerende gevolgen van zeeoorlog voor het mariene milieu in de afgelopen zes maanden maken dat volstrekt helder.