Kort voordat de Tweede Kamer met zomerreces ging, publiceerde het kabinet een serie belangrijke documenten over vrede en veiligheid: de beleidsbrief Buitenlandse Zaken, de Internationale Veiligheidsstrategie en de Defensienota. Hierin wordt gesteld dat onze veiligheid onder grote en groeiende druk staat en dat we in een grijze zone leven, tussen oorlog en vrede. Ook wordt erop gewezen dat de dreiging niet alleen militair is, maar ook hybride. Urgentie wordt benadrukt.
Paradigmaverschuiving
De documenten getuigen van een paradigmaverschuiving, waarin harde, statelijke veiligheid tot prioriteit wordt verheven en het concept van menselijke veiligheid buitenspel wordt gezet. De veiligheidszorgen zijn begrijpelijk gezien de aanhoudende Russische agressie in Oekraïne. Maar: echte veiligheid is nooit met wapens alleen te verkrijgen en al helemaal niet bij hybride dreiging. Juist dan is een brede, integrale benadering nodig, waarin militaire middelen met terughoudendheid worden ingezet.
De geschetste dreiging wordt gebruikt om de plannen van de NAVO om 5 procent van het nationaal inkomen uit te geven aan de krijgsmacht te legitimeren. Voor Nederland lopen deze uitgaven op tot het astronomische en historisch hoge bedrag van jaarlijks zo’n 50 miljard euro – ter illustratie: de jaarlijkse uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking bedragen 3,6 miljard euro. Deze bestedingen worden vervolgens zonder veel discussie omarmd. Discussie hierover is echter broodnodig.
De norm is willekeurig
Allereerst over de norm zelf. Waarom de keuze voor 5 procent (3,5 procent van het nationaal inkomen voor Defensie en 1,5 procent voor hieraan gerelateerde zaken)? Deze keuze is willekeurig. Het lijkt vooral een politieke afspraak, om president Trump binnenboord te houden. Waar begrotingen normaal gesproken gebaseerd zijn op wat we (minimaal) nodig hebben moeten we hier de uitgaven zoeken bij een maximaal begrotingsdoel.
De investeringen in Defensie zijn bovendien zo hoog dat het ministerie grote moeite heeft deze überhaupt efficiënt en verantwoord te besteden, zoals de Algemene Rekenkamer jaar na jaar aantoont. Ook haalt het de druk weg om in Europa veel efficiënter samen te werken tussen landen, terwijl dit miljarden kan uitsparen. In plaats hiervan zien we dat het veiligheidsbeleid steeds meer in dienst komt te staan van een ander doel: (nationale) industriële belangen. De wapenindustrie, die al jaren recordwinsten boekt, is dan ook zeer tevreden met de nieuwe NAVO-norm. Mede omdat de grote vraag naar wapens de prijs flink opdrijft. De burger betaalt deze prijs aangezien wapens betaald worden uit belastinggeld.
Gevaarlijk aan de hoge uitgaven in Europa is dat hiermee een wereldwijde wapenwedloop wordt gevoed. Dat speelt zich ook nog eens af in een tijd waar steeds meer landen uit internationale verdragen stappen die juist in het leven zijn geroepen om wapens te beheersen. En waar wapenvoorraden opstapelen en export toeneemt, neemt ook het risico op inzet toe. Dit maakt het urgent om heel hard in te zetten op wapenbeheersing, vertrouwensopbouwende maatregelen en internationale veiligheidsafspraken die het risico op militaire escalatie van een conflict verkleinen.
Vergroting wapenexport
Een snelle uitbreiding van de Europese defensie-industrie vergroot niet alleen de interne Europese wapenconsumptie, maar ook de wapenexport. Er moet immers geld verdiend worden. Dit vergroot het risico dat wapens terechtkomen in conflictgebieden, bijdragen aan regionale instabiliteit of zelfs worden ingezet voor ernstige mensenrechtenschendingen. Juist daarom zijn strikte exportcontroles, transparantie en democratische controle op de defensie-industrie extra essentieel. Vanuit de defensie-industrie komt echter de roep juist voor deregulering. Dat zou zeer onverstandig zijn
Ook moeten we in discussie over de wapens waarmee we ons verdedigen. De Defensienota richt zich sterk op geautomatiseerde systemen waar geen mens aan te pas komt. Gezien de ontwikkelingen in Oekraïne is dat wellicht begrijpelijk, maar hierin schuilen ook risico’s. Onder andere op proliferatie, versnelling en ontmenselijking van beslissingen over leven en dood. Oorlogvoering mag nooit worden uitbesteed aan machines, zoals in Gaza, waar AI in no time vele duizenden (burger)doelen produceerde. AI bleek in Gaza een genocideversneller.
Gelukkig zegt het kabinet deze laatste problematiek te erkennen en wordt ook ingezet op een stevig moreel-ethisch kader voor AI, aldus de Defensienota. Het is belangrijk dat autonome wapensystemen zonder betekenisvolle menselijke controle worden verboden en het gebruik van AI in beslissingen over geweldsinzet aan banden wordt gelegd. Regelgeving moet gelijk opgaan met innovatie, anders belanden we in griezelige science fiction-film scenario’s waarin mensen robots niet meer in hand hebben. Belangrijk dus dat Nederland hier ook voet bij stuk houdt.
De oorlogskas van Israël
Een andere ernstige zorg is dat Nederland veel wapens in Israël koopt. Miljarden euro’s worden hieraan uitgegeven, waarmee afhankelijkheden ontstaan. Geregeld betreft dit wapens die op Palestijnen zijn getest. Door wapens in Israël te kopen, vaak bij een staatsbedrijf, wordt de oorlogskas van dat land gesteund. Zo draagt Nederland bij aan voortgaande schendingen van het internationaal recht.
Veel afhankelijker is Nederland (en de EU) van de VS, waar al jaren verreweg de meeste wapens worden gekocht. Deze lucratieve handel verklaart waarom Trump zo’n hoge NAVO-norm opdrong. In de Defensienota worden nieuwe aankopen van het peperdure F-35-gevechtsvliegtuig aangekondigd. Dergelijke afhankelijkheid is onverstandig en leidt allerminst tot grotere veiligheid. Het kabinet erkent wel dat strategische autonomie nodig is, maar zicht op een route daartoe ontbreekt.
Een gemiste kans
Overkoepelend kijken we naar een gemiste kans: de strategie van inzet op verhoogde defensie uitgaven draagt niet bij aan duurzame vrede, zowel internationaal als nationaal. Internationaal, omdat afgelopen jaren miljarden zijn bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking, vredeswerk, mensenrechten en diplomatie. Terwijl deze instrumenten – die oorlog en leed juist voorkomen – veel goedkoper zijn dan wapens. Nationaal, omdat de militaire uitgaven ten koste gaan van investeringen in de samenleving zoals de zorg en sociale zekerheid. Dit kan de sociale cohesie in het eigen land verder ondermijnen en maakt onze samenleving juist kwetsbaarder voor ondermijnende invloeden van buitenaf, of intern conflict De overkoepelende strategie gaat daarmee voorbij aan het hybride karakter van dreiging en de sociaal maatschappelijke strategie die daarvoor nodig is.
Na het reces gaat de Tweede Kamer over het Nederlandse veiligheidsbeleid in debat. Hopelijk worden de zomermaanden goed benut voor reflectie. Er moet worden ingezien dat eenzijdige focus op harde veiligheid niet werkt. Nodig is een geïntegreerd veiligheidsbeleid waarin Defensie in balans is met diplomatie, ontwikkeling en de bescherming van sociale cohesie en de democratische rechtsorde, met voldoende, onafhankelijke checks and balances. Ook op defensie zelf. Het doel is immers de bescherming van burgers en van onze vrije democratische rechtsstaat. Zet die centraal in de nieuwe veiligheidsstrategie.