Categorieën
Nieuws

‘Ik hoopte dat de politiek de kracht van de burger zou gaan zien’

Dion van den Berg (65) is al zijn hele werkzame leven onderdeel van de vredesbeweging. De grote kernwapendemonstraties, de val van de Berlijnse Muur en de Balkanoorlogen, hij maakte het allemaal van dichtbij mee. Nu neemt hij afscheid, in een tijd van grote nieuwe dreigingen. ‘Veerkracht tegen oorlog zit meer in verbinding dan in bewapening.’

Beeld: Gabriela Hengeveld

Trots laat Dion voorafgaand aan het interview het boek zien over Srebrenica dat hij met anderen maakte. Er hoort ook een fototentoonstelling over de genocide bij. Eén van zijn laatste ‘wapenfeiten’. Herdenken en het erkennen van ieders waarheid zijn heel belangrijk na een oorlog, vindt hij. Hij maakte zich na de genocide in Srebrenica hard voor de lobby van de overlevenden en het Srebrenica Memorial Centre in het voormalige Dutchbathoofdkwartier. En nu is er dertig jaar na de genocide dit boek, met gebundelde brieven van overlevenden aan hun vermoorde dierbaren.

Wat is volgens jou het doel van herdenken: gaat het om rouw en erkenning of ook om een waarschuwing? 

‘Allebei. Het gaat zeker ook om een waarschuwing: dat we het nooit meer zover moeten laten komen.’

Wat dat betreft gaat het nu niet goed in het gebied waar het dertig jaar geleden zo gruwelijk misging. De spanningen langs etnische lijnen nemen er opnieuw toe, net zoals de angst voor een nieuw conflict met nieuwe burgerslachtoffers. Op andere plekken vallen die burgerslachtoffers al, in grote aantallen. Zoals in Gaza, Oekraïne en Soedan. De internationale rechtsorde staat zwaar onder druk.

Wat valt jou op aan de huidige spanningen? 

‘Ik vind de dynamiek bij veel conflicten nu veel onvoorspelbaarder dan voorheen. Zelfs de Koude Oorlog of de Balkanoorlog waren voorspelbaarder. Er is nu weinig stabiel constructief leiderschap in de wereld. Trump is totaal anders dan welke andere Amerikaanse president ook. De regering van Israël maakt daar dankbaar gebruik van; bovenop het geweld in Gaza en de Westbank laat het zijn militaire macht gelden in Libanon, Iran en Syrië. Wat Rusland betreft: dat land had al verschrikkelijke dingen gedaan, binnenslands, in Georgië en in Syrië. Maar wat Rusland nu in Oekraïne uithaalt, is echt van een andere orde. Zowel qua omvang als qua intensiteit. Dat is extra riskant. Bovendien zie je dit soort leiders van elkaar leren.’

Europa lijkt onder de druk van de twee grote mogendheden Amerika en Rusland verdeeld en vleugellam. Je vertelde ooit over vredesmarsen in Europa na de Tweede Wereldoorlog geïnitieerd door burgers. Dat was het begin van een meer verbonden Europa en van de vredesbeweging. Nu is die noodzaak voor een krachtig en verbonden Europa er opnieuw. Zou zoiets nu ook werken?

‘Die keuze voor ontmoeting en verzoening in de historische context van toen leverde veel op. Duitsland was de agressor geweest. Zou je dat vertalen naar nu, dan betekent dat contact leggen met de Russen, want Rusland is nu onze grootste bedreiging. Weinig mensen pleiten echter voor contact met gewone Russen. Het is ook niet gemakkelijk. We zitten nog volop in de oorlog. Het is een autoritair regime. Gewone Russen krijgen lastig contact met mensen elders in Europa. De militaire samenwerking met Oekraïne is zeer terecht, maar we moeten wel nadenken over een nieuwe inclusieve veiligheidsarchitectuur, waar Rusland weer deel van uitmaakt. Als er mensen elders niet veilig zijn, is niemand veilig. Je moet Rusland niet decennialang volledig isoleren.’

Je zegt dat autoritaire leiders heel veel van elkaar leren. Geldt dat ook voor democratische leiders?

‘Misschien zouden we inderdaad eens veel duidelijker moeten opschrijven als democratische organisaties: hoe bewandel je de weg weer terug, hoe bestendig je een democratie?’

Er zijn ook zorgen over ontwikkelingen in Nederland. Wat kun je doen om een democratie overeind te houden als burger of als ngo?

‘Je moet allereerst man en paard noemen. De dingen die fout zijn ook echt benoemen en niet denken dat het wel zal meevallen. Kwaadwillige polarisatie moet je bestrijden. Door met elkaar in gesprek te gaan. Veilige plekken creëren in de samenleving, ook lokaal en op wijkniveau waar dat kan. 

Belangrijk is ook dat de overheid levert. Dat problemen als woningnood en de kwaliteit van onderwijs en zorg worden aangepakt. Zo neem je een voedingsbodem weg voor populisme. Die rechtse wind van nu is ook het gevolg van een overheid die mensen in de steek laat.’

Dat gesprek in de samenleving, de ruimte voor protest, zorgt er ook voor dat de samenleving leert en verandert, zegt Dion. Zoals bij Kick Out Zwarte Piet. ‘Er zijn misschien nog enkele sinterklaascomite’s die de overgang naar een inclusievere viering van het feest niet hebben gemaakt, maar het merendeel is om.’

Zo kunnen we spanningen in het land het hoofd bieden, hoe beschermen we ons tegen dreiging van buitenaf?

‘Er wordt nu veel gesproken over weerbaarheid, dus er gaat meer geld naar defensie. Ik snap dat. Maar het idee dat weerbaarheid alleen militair bereikt wordt, is natuurlijk onzinnig. Ook flessen water onder de trap, een knijpkat en cash zijn de oplossing niet. Weerbaarheid betekent dat je in de buurt van elkaar weet: als het fout gaat, dan helpen we elkaar. Er zijn veel voorbeelden van hoe mensen reageren als er een grote ramp is. Zoals enkele jaren geleden tijdens die aardbeving in Turkije. Iedereen denkt dan: ‘de overheid’, maar meestal ligt die ook half in de touwen. Allerlei voorzieningen, zoals de zorg, werken niet meer. Dan gaan mensen en buurtorganisaties aan de slag. Ze weten wie de elektriciteit kan herstellen, hoe aan water te komen, zij organiseren de eerste medische hulp, etc. Maar als de wijk geen wijk is, als mensen elkaar niet kennen en een gemeenschapsgevoel hebben, dan werkt het niet.’

Is dit iets waar PAX zich ook voor moet inzetten?

‘Ooit waren we een vredesbeweging, er waren vele honderden vredesplatforms in wijken, buurten, steden en dorpen. Scholen, vakbonden, kerken, de medische sector, gemeenten, ze spraken allemaal over vrede en kwamen tot concrete activiteiten. Na de val van de Muur werd dat steeds minder. En dat geldt ook voor andere vormen van solidariteit. Ooit waren er meer dan vierhonderd Wereldwinkels, hoeveel zijn er nu nog? Inmiddels is PAX vooral een grote vredesorganisatie. De Ambassades van Vrede doen goed werk, maar dat moet vermenigvuldigd worden.

We moeten denk ik weer de juiste vormen vinden om een lange termijnstrategie te ontwikkelen en investeren in lokaal vredeswerk. De meeste burgers zijn van goede wil. We moeten met eigentijdse middelen die vredesbeweging van onderop weer een impuls geven. Dat is een van de hoofdvragen van de komende jaren. En het gaat dus om burgerschap.
We moeten investeren in kennis over en het in de praktijk brengen van burgerschap.’

En nu neem je afscheid: welke gevoelens komen daarbij op?

‘Het belangrijkste gevoel is dankbaarheid. Ik mocht aan veel vredesprocessen bijdragen. Ik voel me heel dankbaar voor alle ervaringen, alles wat ik heb geleerd, van collega’s, partners en oorlogsslachtoffers. Ik begrijp de wereld nu veel beter dan vroeger.’

Ik denk dat je ook heel veel leed hebt gezien?

‘Ja, dat kan ik niet ontkennen. Maar als je iets kunt doen, helpt dat. Als vredeswerker moet je dingen doen die betekenis hebben en die verbinding brengen. Samen met anderen en op een manier dat het leidt tot verandering van structuren. Het vaak cyclische geweld moet stoppen en dat kan. Door met burgers te werken aan systeemverandering. Dat is de kern van politiek vredeswerk.’

Als we nu op jouw loopbaan terugkijken, zijn er momenten geweest die voor jou beslissend waren?

‘Als ik zo door de decennia heen kijk… Bij die grote demonstraties van begin jaren 80 was ik begin twintig, heel jong nog, maar ik zag de potentie en het belang van mobiliseren. Het belang ook van de juiste campagneslogan. De samenwerking met dissidenten in de landen van het Warschau Pact was vervolgens ongelooflijk interessant. We moesten een narratief ontwikkelen buiten de logica van de Koude Oorlog om. Dus niet denken vanuit twee blokken, een democratisch-kapitalistisch en een communistisch blok, maar in gemeenschappelijkheid iets nieuws formuleren.

De val van de Muur was voor mij vervolgens een symbool van hoop. Als burgers van goede wil hun krachten bundelen, kun je samen het vrijwel onmogelijke bereiken. Uiteindelijk waren het de burgers uit de Warschau Pact landen die in verzet en beweging kwamen. Daarmee stortte het systeem in. Ik dacht toen: dit is het moment dat ook de militairen, politici en de diplomaten de potentie zullen moeten erkennen van de burger als actor in de internationale politiek. Dat is niet het geval geweest helaas.’ 

Wat wil je PAX nog meegeven?

PAX kreeg wel eens het verwijt te veel aan de leiband van de overheid te lopen. Daar ben ik het mee oneens. We krijgen wel geld van de overheid, maar voeren er ook rechtszaken tegen, zoals nu rond de levering van F-35 onderdelen aan Israël. We moeten onze rol goed kennen. Philip Everts, IKV-bestuurslid en professor in Leiden, maakte onderscheid tussen twee soorten bewegingen: profetische minderheden en coalitiebewegingen. Profetische minderheidsbewegingen komen met radicale voorstellen en weten: ik krijg nooit een meerderheid van politiek of samenleving achter mijn ideeën, maar toch knok ik ervoor. Dan kun je zuiverder in de leer blijven. Een coalitiebeweging heeft misschien vergelijkbare ideeën maar moet voortdurend coalities smeden om verandering op gang te brengen. Daarvoor maak je vuile handen. Het is belangrijk voor ons zelfbeeld als PAX om dat te blijven zien. Ónze grote opdracht ligt, wat mij betreft, in die coalities blijven bouwen.’

Bekijk ook