Categorieën
Nieuws

Europese kernwapens gaan Europese veiligheid niet vergroten

De normalisering van kernwapens in Europese veiligheidsdebatten is zeer zorgwekkend. In plaats van een nieuwe nucleaire wapenwedloop aan te wakkeren, zouden Europese regeringen, ook in Nederland, het voortouw moeten nemen bij inspanningen om nucleaire risico’s te verminderen en nucleaire ontwapening te prioriteren. Het uitbreiden van Europa’s afhankelijkheid van kernwapens zal de veiligheid van Europa niet vergroten, maar juist het tegenovergestelde effect hebben.

Beeld: Yoan Valat/Pool/AFP/ANP - France's President Emmanuel Macron delivers a speech next to nuclear-powered ballistic missile submarine on 2 March 2026

Op 2 maart kondigde Frankrijk plannen aan om zijn kernwapenarsenaal uit te breiden en zijn ‘nucleaire afschrikking’ een sterkere Europese dimensie te geven. Parijs is nu in gesprek met Europese partners, waaronder Nederland, over hun mogelijke deelname aan nucleaire oefeningen en de mogelijke stationering van gevechtsvliegtuigen met nucleaire capaciteit op grondgebied van bondgenoten. Frankrijk rechtvaardigt deze stappen door te verwijzen naar de toegenomen dreiging vanuit Rusland en ontwikkelingen in de Verenigde Staten, waar steun voor NAVO-bondgenoten steeds vaker ter discussie wordt gesteld.

De nieuw aangetreden Nederlandse regering heeft positief op deze ideeën gereageerd en handelt in lijn met het coalitieakkoord, waarin staat dat Nederland een ‘constructieve houding heeft ten aanzien van het versterken van een Europese nucleaire afschrikking.’ Maar het uitbreiden van Europa’s afhankelijkheid van kernwapens zal de veiligheid van Europa niet vergroten: het zal juist het tegenovergestelde effect hebben. Nucleaire herbewapening is duidelijk een stap in de verkeerde richting om morele, juridische en strategische redenen.

Een onmenselijke karakter

Kernwapens zijn massavernietigingswapens die zich onderscheiden van conventionele wapens door de langdurige, catastrofale gevolgen die zij kunnen veroorzaken voor mens en milieu. Zelfs een “beperkte” nucleaire confrontatie zou onmiddellijk miljoenen mensen het leven kosten.

Kernwapens kunnen geen onderscheid maken tussen burgers en militair personeel. Dit maakt ze fundamenteel onverenigbaar met de kernprincipes van het internationaal humanitair recht. Noodplanning voor een nucleaire aanval is niet mogelijk. Door de enorme schaal van verwoesting en de hoge niveaus van straling die kernwapens veroorzaken, is eerste hulp grotendeels onmogelijk en worden noodhulp­scenario’s zinloos. Dergelijke wapens zouden nooit gebruikt mogen worden.

Europese nucleaire samenwerking ondermijnt internationale juridische verplichtingen

Het Non-proliferatieverdrag (NPT), dat door alle Europese landen is geratificeerd, werd onderhandeld om verdere verspreiding van kernwapens te voorkomen. Volgens artikel VI van het verdrag zijn staten die hier onderdeel van zijn wettelijk verplicht om nucleaire ontwapening na te streven.

Het NPT wordt door zijn leden, waaronder de lidstaten van de Europese Unie, beschouwd als “de hoeksteen van het mondiale non-proliferatieregime voor kernwapens en de essentiële basis voor het streven naar nucleaire ontwapening”.

Tegen deze achtergrond geven nieuwe initiatieven voor nucleaire herbewapening in Europa juist het tegenovergestelde signaal: dat kernwapens legitieme instrumenten van veiligheidsbeleid blijven. Daarmee worden decennia van internationale inspanningen om kernwapens de wereld uit te krijgen ondermijnd. Het is veelzeggend dat president Macron tijdens zijn toespraak letterlijk zei dat ‘de komende vijftig jaar een tijdperk van kernwapens zullen zijn’.

Nucleaire uitbreiding vergroot onveiligheid

De dreiging van kernwapens is momenteel groter dan decennia lang het geval is geweest. Stijgende geopolitieke spanningen, het beëindigen van belangrijke wapenbeheersingsverdragen en het bijna volledig stilvallen van nucleaire diplomatie hebben een instabiele mondiale omgeving gecreëerd.

Het uitbreiden van nucleaire arsenalen of het ontwikkelen van nieuwe kernwapens, zoals door sommige Europese staten voorstellen, zal deze dynamiek alleen maar versnellen. Regeringen kunnen beweren dat kernwapens bescherming bieden, maar de uitbreiding van nucleaire arsenalen binnen Europa kan door andere actoren worden geïnterpreteerd als een vrijbrief voor verdere nucleaire bewapening. Hiermee wordt de kans groter dat zij zich vervolgens ook verder gaan bewapenen.

Nieuwe nucleaire “sharing”-regelingen in Europa dreigen vergelijkbare regelingen elders te legitimeren, waaronder de plaatsing van Russische kernwapens in Belarus. In het licht van de eigen huidige ontwikkelingen ondermijnt het de geloofwaardigheid van Europa wanneer het andere landen ontmoedigt om kernwapens te ontwikkelen.

Dergelijke ontwikkelingen zouden bovendien de toch al kwetsbare normen rond non-proliferatie verder verzwakken en kunnen bijdragen aan een nieuwe nucleaire wapenwedloop die Europa uiteindelijk moeilijk onder controle zal kunnen houden. Kernwapenprogramma’s vereisen enorme financiële investeringen, terwijl zij weinig praktische waarde hebben bij het aanpakken van veel van de veiligheidsuitdagingen waarmee Europa vandaag wordt geconfronteerd.

Daarnaast brengen kernwapens ook risico’s met zich mee die verder gaan dan opzettelijk gebruik. De geschiedenis kent meerdere ‘bijna-incidenten’ waarbij misverstanden, technische storingen of valse alarmen de wereld dicht bij een nucleaire catastrofe brachten.

De groeiende integratie van AI en geautomatiseerde systemen in militaire besluitvorming vergroten deze gevaren nog verder. Hierbij hebben we ernstige zorgen over onbedoelde escalatie die verwoestende gevolgen kan hebben.

President Macron gaf aan dat Frankrijk geen details meer zou bekendmaken over zijn kernwapenarsenaal. Hoewel transparantie geen vervanging is voor ontwapening, kan het wel zorgen voor het beperken van risico en het bieden van vertrouwen. Deze zaken kunnen de kans op onbedoelde nucleaire lanceringen helpen verkleinen.

Zijn er alternatieven voor nucleaire herbewapening?

Wij erkennen dat het debat over een Europese nucleaire “afschrikking” plaatsvindt in een context van toenemende onveiligheid. Dit wordt vooral veroorzaakt door de Russische agressie in Oekraïne (incl. herhaald nucleair dreigement) en door ontwikkelingen in de Verenigde Staten.

Het is waar dat de Europese veiligheidsarchitectuur zich moet aanpassen aan de veranderende dreigingen van vandaag, zowel op conventioneel als op hybride vlak. Maar een grotere afhankelijkheid van kernwapens kan geen duurzame oplossing bieden voor deze uitdagingen.

In plaats van nucleaire risico’s te vergroten (ook voor de eigen bevolking) zouden Europese regeringen het voortouw moeten nemen in het verminderen ervan. Dit vereist: het herstellen van nucleaire diplomatie om verdere proliferatie te voorkomen; het opnieuw invoeren van wederzijdse inspecties, transparantiemechanismen en verificatiemaatregelen; en het waarborgen van voortdurende communicatiekanalen tussen staten om misverstanden en plotselinge escalatie te voorkomen.

Maar Europese regeringen moeten niet alleen deze stappen zetten, maar verder gaan dan dat en actief inzetten op nucleaire ontwapening. Door de verwoestende gevolgen van kernwapens groeit internationaal de roep om deze wapens volledig af te schaffen.

Deze inspanning komt tot uiting in het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens (TPNW), dat inmiddels door meer dan de helft van de landen in de wereld is omarmd, waaronder de Europese landen Oostenrijk, Ierland en Malta. Andere Europese staten zouden dit voorbeeld moeten volgen.

Momentum voor nucleaire ontwapening

De geschiedenis laat zien dat momenten van verhoogde nucleaire spanning ook keerpunten kunnen worden voor het terugdringen van kernwapens. Na de Cubacrisis van 1962 startten de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie een reeks overeenkomsten om nucleaire gevaren te beperken.

De huidige geopolitieke spanningen zouden op vergelijkbare wijze aanleiding moeten zijn voor nieuwe diplomatieke inspanningen om nucleaire risico’s te verminderen; niet om ze te verdiepen.

De veiligheid van Europa, en zijn strategische autonomie, zou daarom niet moeten betekenen dat de afhankelijkheid van massavernietigingswapens wordt vergroot. Het zou moeten betekenen dat er wordt gebouwd aan een veerkrachtige, samenhangende en duurzame veiligheidsarchitectuur die de rol van kernwapens afschaft in plaats van vergroot. Dat is de koers die de Nederlandse regering zou moeten volgen, in plaats van Europese kernwapens te ondersteunen.

Europa heeft zich lange tijd gepresenteerd als een voorvechter van internationaal recht en humanitaire normen. Gezien de catastrofale humanitaire gevolgen van kernwapens, en het feit dat een nucleaire confrontatie tussen grootmachten waarschijnlijk op Europees grondgebied zou plaatsvinden, dragen Europese regeringen een bijzondere verantwoordelijkheid om zich te verzetten tegen de normalisering van nucleaire dreiging.

In plaats van bij te dragen aan nieuw nucleair machtsvertoon zouden Europese staten samen met partners wereldwijd moeten werken aan nucleaire ontwapening om de wereld veiliger te maken voor iedereen.

Ons werk op nucleaire ontwapening

PAX werkt aan een wereld zonder kernwapens door middel van gecoördineerde, gezamenlijke belangenbehartiging van het maatschappelijk middenveld op nationaal, regionaal en internationaal niveau. PAX is ook lid van de internationale stuurgroep van de International Campaign to Abolish Nuclear Weapons (ICAN), winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2017.

Bekijk ook