Categorieën
Nieuws

Dossiers slachtoffers bombardement Hawija door Defensie genegeerd

Vandaag publiceerden journalisten van Investico, BOOS (BNNVARA) en De Groene Amsterdammer een kritisch stuk over het uitblijven van individuele financiële compensatie voor de Irakese slachtoffers en nabestaanden van de Nederlandse luchtaanval op Hawija in 2015. Hun onderzoek – mede gebaseerd op input van PAX – roept belangrijke vragen op over het uitblijven van compensatie. Hier geeft Defensie nog steeds geen duidelijke antwoorden op. Zo wordt deze groep mensen opnieuw slachtoffer van (uitblijven van) Nederlands handelen.

Beeld: Saba Azeem/PAX

Vanaf het moment dat media in 2019 de Nederlandse verantwoordelijkheid voor de aanval op Hawija aan het licht brachten, hebben wij ons ingezet voor tegemoetkoming voor de slachtoffers en nabestaanden. Uit eigen onderzoek in 2022 – in samenwerking met de Irakese ngo Al-Ghad League en de Universiteit Utrecht – bleek dat er minstens 85 burgers waren gedood en dat de aanval een blijvende, negatieve impact op de levens van veel anderen heeft gehad. Nabestaanden en andere slachtoffers waren toen al duidelijk in hun eisen richting de Nederlandse overheid: excuses en financiële compensatie.

Nederland heeft echter altijd volgehouden dat er grote praktische bezwaren bestaan bij het uitkeren van financiële compensatie. Zo stelde voormalig minister van Defensie Brekelmans in 2025 nog dat het meer dan tien jaar na dato te moeilijk zou zijn om de ervaringen en bijbehorende bewijslast van individuele slachtoffers te achterhalen. Maar dit is ook niet geprobeerd, blijkt nu uit het onderzoek. Door geen onderzoek ter plaatse te doen en het jarenlang stilhouden van de verantwoordelijkheid voor de luchtaanval is deze groep mensen opnieuw slachtoffer van (uitblijven van) Nederlands handelen.

De journalisten stellen na uitgebreid onderzoek en een bezoek aan Irak bovendien dat veel bewijsmateriaal wel degelijk voorhanden is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om door Irak erkende en/of uitgegeven overlijdensaktes, medische dossiers en eigendomspapieren van vernietigd of beschadigd privébezit. De Nederlandse overheid heeft hier nooit actief navraag naar gedaan en stelt nu deze stukken – om onduidelijke redenen – niet te kunnen gebruiken. Dat geldt ook voor de data verzameld die wij voor eigen onderzoek verzamelden.

Dit terwijl één van onze partners in Irak, de ngo Ashor Foundation, een database heeft met de gegevens van meer dan 300 slachtoffers. Deze is meermaals aan Nederland aangeboden, maar daar is nooit op ingegaan. Het compensatiekantoor in Kirkuk, de hoofdstad van de provincie waar ook Hawija onderdeel van uitmaakt, is ook nooit door Nederlandse overheidsfunctionarissen bezocht of gecontacteerd. Dit kantoor regelt compensatie volgens Irakese wetgeving, waarbij het ook onderzoekt of aanvragers bij Islamitische Staat hoorden of niet. Veel slachtoffers van de Nederlandse aanval op Hawija hebben hun aanvragen met bijbehorende bewijsstukken bij dit kantoor ingediend.

In reactie op het stuk van De Groene Amsterdammer, Investico en BOOS grijpt Defensie opnieuw terug op praktische bezwaren die compensatie moeilijk zouden maken. Defensie maakt daarbij niet duidelijk waarom het geen gebruik heeft gemaakt van bovengenoemde bewijsstukken en Irakese overheidsinstellingen. Dit is onacceptabel. De slachtoffers en nabestaanden moeten zo snel mogelijk alsnog een passende schadevergoeding krijgen.

Meer Hawija

Bekijk onze eerdere berichten over Hawija.

Bekijk ook