Categorieën
Nieuws

Boerenland werd mijnbouwgrond: nieuwe uitspraak tegen Drummond

Tien jaar na een historisch vredesakkoord kampt Colombia nog altijd met de erfenis van decennia gewapend conflict. Een van die gevolgen is het verlies van land door miljoenen mensen die door geweld werden verdreven. In de steenkoolregio Cesar kwam een deel van die grond later in handen van mijnbouwbedrijven. Een recente rechterlijke uitspraak over het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Drummond en verdreven boerenfamilies uit El Platanal laat zien hoe conflict, land en bedrijfsverantwoordelijkheid nauw verweven blijven.

Beeld: Ronald de Hommel

De zaak betreft zestien percelen van samen bijna 1.000 hectare bij Agustín Codazzi, oorspronkelijk via de landhervorming toegewezen aan landloze boerenfamilies. In de jaren negentig en het begin van deze eeuw werden families door paramilitair geweld uit het gebied verdreven. Hun grond werd vervolgens verkocht, vaak via tussenpersonen, en rond 2010 uiteindelijk door Drummond verworven voor het steenkoolproject El Descanso.

In november 2025 stelde het Tribunal Superior de Cartagena de verdreven families in het gelijk. Het oordeelde niet dat Drummond hen zelf had verdreven, maar wel dat het bedrijf bij de aankoop van hun grond niet de vereiste zorgvuldigheid had betracht. Het tribunaal was opvallend kritisch en stelde dat Drummonds handelen werd gekenmerkt door extrema incuria – extreme nalatigheid. Het bedrijf had kunnen nagaan of eerdere eigenaren door geweld waren verdreven. Volgens het tribunaal bevatten de landregisters daarvoor al waarschuwingssignalen — in hedendaagse termen een duidelijk gebrek aan due diligence op mensenrechtengebied.

Drummond verzette zich jarenlang tegen de restitutieclaims van de slachtoffers. Na de uitspraak van november probeerde het bedrijf deze eerst via een nietigheidsprocedure en vervolgens via een constitutionele procedure (tutela) ongedaan te maken. Het Colombiaanse Hooggerechtshof heeft die laatste poging nu afgewezen, waardoor de restitutie-uitspraak overeind blijft.

Een breder patroon in Cesar

El Platanal staat niet op zichzelf. De Colombiaanse Waarheidscommissie documenteerde hoe de uitbreiding van de steenkoolwinning in Cesar plaatsvond in een regio die diep was getekend door gewapend conflict en gedwongen ontheemding, waardoor ook het landbezit ingrijpend veranderde. De commissie onderzocht vergelijkbare geschiedenissen in de boerengemeenschappen El Prado, Mechoacán en El Toco en sprak van een bredere ‘gewelddadige herconfiguratie’ van mijnbouwgebieden.

Eerder onderzoek van het Colombiaanse Nationaal Centrum voor Historische Herinnering wees in dezelfde richting. Het documenteerde hoe verdreven boeren die hun land probeerden terug te krijgen, ontdekten dat dit inmiddels in handen was gekomen van grootgrondbezitters en mijnbouwbedrijven. Daarbij ging het niet alleen om Drummond, maar ook om Prodeco, destijds eigendom van de Zwitserse multinational Glencore. De afzonderlijke zaken verschillen, maar samen wijzen ze op een breder patroon: mijnbouwbedrijven breidden hun activiteiten uit in een regio waar geweld fundamenteel had veranderd wie het land bezat en controleerde.

Wie is verantwoordelijk voor herstel?

Voor de families van El Platanal heeft de uitspraak een bittere uitkomst. Terugkeer naar hun oorspronkelijke grond is niet meer mogelijk: mijnbouwactiviteiten hebben de percelen zodanig veranderd dat ze niet langer geschikt zijn voor landbouw. De families moeten daarom vervangende grond of financiële compensatie krijgen.

Ook heeft gerechtigheid decennia op zich laten wachten. Enkele oorspronkelijke eisers zijn inmiddels overleden, terwijl anderen op leeftijd zijn en mogelijk zelf nooit meer zullen profiteren van het herstel waarvoor zij hebben gestreden. José Dolores Álvarez, een van de boeren uit El Platanal, overleed in januari 2026 op 80-jarige leeftijd, nog vóór de meest recente bevestiging van de uitspraak.

Er wringt nog iets. Drummond verwierf grond die onderdeel werd van een zeer winstgevend mijnbouwproject, maar binnen het Colombiaanse restitutiemechanisme draagt het bedrijf zelf niet de kosten van de compensatie voor de verdreven families. Die verantwoordelijkheid ligt bij de Colombiaanse staat. Dat roept de vraag op: welke verantwoordelijkheid hebben bedrijven wanneer zij economisch hebben geprofiteerd van grond waarvan het eigendom door conflict en verdrijving is veranderd?

Verantwoordelijkheid stopt niet bij de mijn

Die vraag reikt verder dan Drummond. Volgens internationale standaarden voor maatschappelijk verantwoord ondernemen moeten bedrijven ernstige negatieve gevolgen voor mensenrechten die verband houden met hun activiteiten, toeleveringsketens en zakelijke relaties identificeren en aanpakken. In conflictgebieden zijn de risico’s — en daarmee de noodzaak van zorgvuldige due diligence — extra groot.

Dit raakt ook Europese energiebedrijven, handelaren, havens en andere ondernemingen die Colombiaanse steenkool kochten, oversloegen of de handel daarin anderszins faciliteerden. Zaken als El Platanal laten zien waarom bedrijven niet simpelweg kunnen afgaan op de garanties van hun leveranciers. Maatschappelijk verantwoord ondernemen vereist dat zij de mensenrechtenrisico’s die met hun zakelijke relaties samenhangen begrijpen, hun invloed aanwenden om die risico’s aan te pakken en, waar dat aan de orde is, bijdragen aan daadwerkelijk herstel voor getroffen gemeenschappen.

Meer over Bloedkolen

Sinds 2011 pleit PAX voor de rechten van slachtoffers op herstel en verantwoording voor mensenrechtenschendingen die verband houden met de kolenwinning in Cesar

Bekijk ook