De afgelopen dagen is het protest tegen de noodopvang voor asielzoekers in Loosdrecht enorm uit de hand gelopen. De demonstranten intimideerden, pleegden geweld en stichtten uiteindelijk brand bij het AZC.
1+1 = extreemrechtse terreur
Wanneer politici jarenlang angst aanwakkeren over een ‘asielcrisis’ en vluchtelingen neerzetten als bedreiging, dan heeft dat gevolgen. Woorden doen ertoe. Haat en ontmenselijking leiden tot geweld. Dat is geen verrassing, maar het gevolg van wat we normaliseren. Er was geen sprake van ‘onrust’, ‘rellen’ of het ‘ontstaan’ van brand. Mensen werden opgejaagd. Er werd brand gesticht. Hulpverleners werd het werk onmogelijk gemaakt.
Benoem dit voor wat het is: extreemrechtse terreur.
Onze regeringsleiders, media, politici en organisaties moeten zich hier veel feller tegen uitspreken. Niet met afgezwakte termen over ‘spanningen’, maar met duidelijke taal over racisme en extreemrechts geweld. Wegkijken, relativeren en vaagtaal dragen bij aan normalisering.
En ondertussen heeft niemand het meer over mensen die hier slachtoffer van zijn. Mensen die voor oorlog zijn gevlucht, opgesloten in een brandend gebouw terwijl buiten een menigte staat te schreeuwen. Hoe angstaanjagend moet dat zijn geweest?
Wat we nu normaliseren wordt straks nog extremer. Eerder schreven we hoe de normalisering van extreemrechts en fascisme werkt en hoe het plaatsvindt binnen ons democratisch stelsel. Niet benoemen, wel wegkijken en relativeren zijn onderdeel van die relativering. Daar kunnen wij niet aan meedoen.
Iedereen kan opstaan tegen extreemrechts en fascisme. We leggen dat hier in zes stappen uit.