Categorieën

Rechtszaak tegen Nederlandse staat: stop levering voor F-35’s

Nederland levert onderdelen voor F-35 gevechtsvliegtuigen aan de Israëlische luchtmacht die ze inzet bij bombardementen op Gaza. Dat is onacceptabel. Daarom hebben wij met partners Oxfam Novib en The Rights Forum in november 2023 de Nederlandse regering aangeklaagd. Nederland mag niet medeplichtig zijn aan Israëls oorlogsmisdaden in Gaza.

Beeld: Jeroen Jumelet/ANP

Laatste update: 10 juli 2026

In hoger beroep hebben we deze zaak in februari 2024 gewonnen! Er mogen door Nederland geen F-35 onderdelen meer geleverd worden aan Israël, oordeelde het Gerechtshof Den Haag. Maar daarmee was het nog niet gedaan, omdat de Staat in cassatie ging bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad in november 2024 om de uitspraak van het Gerechtshof te handhaven. In oktober 2025 vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof, maar oordeelde ook dat de Staat binnen zes weken de vergunning voor de export van F-35 onderdelen naar Israël op juiste gronden opnieuw moest beoordelen. Hierbij werd aangegeven dat de staat geen andere overwegingen, zoals schade aan de betrekkingen met de VS of Israël, mocht meewegen. Dit gebeurde eerder wel. In november 2025 liet de regering vervolgens weten het F-35 exportverbod voor Israël in stand te houden. Binnen een half jaar zou de situatie opnieuw bekeken worden. Er mogen dus nog steeds geen F-35-onderdelen van Nederland direct naar Israël geïmporteerd worden.

Toch komen Nederlandse F-35-onderdelen met een omweg nog steeds in Israël terecht. Nederlandse bedrijven leveren namelijk ook onderdelen aan de Verenigde Staten, terwijl bekend is dat een deel van die onderdelen gebruikt wordt voor F-35 gevechtsvliegtuigen waarmee Israël nog steeds Gaza bombardeert. Daarom voeren we een tweede gerelateerde rechtszaak. We eisen dat Nederland hetzelfde exportverbod volledig naleeft en er ook voor zorgt dat Nederlandse onderdelen niet via de Verenigde Staten in Israël terecht komen, als reserveonderdeel, of voor de tientallen nieuwe toestellen die Israël onlangs nog besteld heeft.

Deze tweede rechtszaak voeren we sinds juni 2024 en verloren we in eerste instantie. We zijn daarop in Hoger Beroep gegaan. De eerste zitting hiervan is 10 juli a.s. bij het Gerechtshof Den Haag.

Procederen kost (veel) geld. Dit kunnen we niet alleen. Daarom blijven we jullie steun vragen.

In het kort

  • Samen met The Rights Forum en Oxfam Novib eisten we op 4 december 2023 in een kort geding tegen de Nederlandse staat de onmiddellijke stopzetting van de levering van onderdelen voor Israëlische F35-gevechtsvliegtuigen. We stelden dat met het toestaan van deze wapenexport, Nederland zich medeplichtig maakt aan mogelijke schendingen van het oorlogsrecht in Gaza. 
  • Op 15 december 2023 wees de kortgedingrechter de eis af en besloten we in hoger beroep te gaan. 
  • Op 12 februari 2024 oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat Nederland inderdaad moet stoppen met het leveren van onderdelen voor de F-35 aan Israël. 
  • De Nederlandse regering besloot in cassatie te gaan tegen het arrest van het gerechtshof, dat 6 september 2024 diende voor de Hoge Raad. 
  • Op 29 november 2024 adviseerde de Advocaat-Generaal aan de Hoge Raad om de eerdere uitspraak van het Haagse gerechtshof in stand te laten. 
  • Op 3 oktober 2025 heeft de Hoge Raad het arrest van het Hof vernietigd en de Minister geboden om de F-35 exportvergunning opnieuw te toetsen aan de wapenexportregels.
  • In november 2025 besloot de regering de export van F-35 onderdelen naar Israël te blijven verbieden vanwege de situatie in Gaza en na een half jaar de situatie opnieuw te bekijken.  
  • In juni 2026 besloot de regering die situatie zo te laten en na een half jaar weer opnieuw te beoordelen.
  • Dankzij de rechtszaak staat dat exportverbod nu al meer dan twee jaar overeind!
  • Omdat Nederland de export via derde landen (vooral de VS) naar Israël ongemoeid laat loopt daarover ook een rechtszaak die helaas veel trager gaat – een eerste zitting bij het Gerechtshof is in juli 2026.

Veelgestelde vragen

Waarom zijn we deze rechtszaak gestart? 

De Nederlandse regering heeft ervoor gekozen om door te gaan met het leveren van (reserve)onderdelen voor F35-gevechtsvliegtuigen aan Israël voor gebruik in Gaza. Deze onderdelen dragen waarschijnlijk bijaan ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht. De regering weet dit. Daarmee houdt Nederland zich niet aan internationaal geldende verdragen over wapenexport. Als land mag je namelijk geen wapens uitvoeren naar landen in oorlog als de kans groot is dat die worden ingezet bij ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht.

Wat eisen we? 

We eisen dat Nederlandse staat handelt in lijn met de beleidskaders, (grond)wettelijke verplichtingen en internationale afspraken. Dit betekent dat het stopt met het leveren van F35-onderdelen of het leveren van andere militaire steun, aangezien het risico bestaat dat het bijdraagt aan operaties die het humanitaire oorlogsrecht schenden. 

Is een rechtszaak wel een democratisch middel? 

Jazeker. De regels waaraan Nederland zich moet houden zijn vastgesteld door de staat zelf en de verdragen waaraan Nederland zich heeft verbonden. We leven in een rechtsstaat waar maatschappelijke organisaties de mogelijkheid hebben om de staat aan te spreken op het naleven van de regels.

Hoe wordt deze rechtszaak gefinancierd? 

Om deze rechtszaak te financieren zijn wij gezamenlijk met Oxfam Novib en The Rights Forum een crowdfunding-actie gestart. We gebruiken voor deze rechtszaak dus geen overheidssubsidies. We zijn iedereen die deze rechtszaak mogelijk heeft gemaakt door middel van een donatie zeer dankbaar. Omdat de staat in cassatie is gegaan, zijn de donaties nog steeds zeer welkom.

Wat betekent de cassatie van de staat?

Kort na de uitspraak van het gerechtshof besloot de Nederlandse regering in cassatie te gaan. In een cassatieberoep beoordeelt de Hoge Raad, de hoogste rechter, of een lagere rechter (een rechtbank of gerechtshof) de wet juist heeft toegepast en of de procedureregels goed zijn gevolgd. Inhoudelijk wordt de zaak niet opnieuw beoordeeld. De cassatie diende 6 september voor de Hoge Raad.

De rechtszaak 

Oxfam Novib, PAX en The Rights Forum eisten 4 december 2023 in een kort geding de onmiddellijke stopzetting van de levering van onderdelen voor Israëlische F-35-gevechtsvliegtuigen. De eisers stelden dat met het toestaan van de wapenexport, Nederland zich medeplichtig maakt aan mogelijke schendingen van het oorlogsrecht in Gaza. Het nieuws over de levering van onderdelen van F-35-gevechtsvliegtuigen, ondanks waarschuwingen van ambtenaren voor “ernstige schendingen”, kwam aan het licht door publicaties van NRC. Daarna heeft het kabinet de leveringen bevestigd en aangegeven deze door te willen zetten. Opvallend genoeg kondigden ministers ook een onderzoek aan dat antwoord moet geven op de vraag of Nederland überhaupt de mogelijkheid heeft om in te grijpen bij leveringsafspraken van F-35-onderdelen. Dat maakt de toetsing van deze afspraken aan het wapenexportbeleid en internationale afspraken over wapenhandel des te urgenter. 

De uitspraak 

De uitspraak was op 15 december 2023. De uitspraak van het kort geding legt een pijnlijke werkelijkheid bloot: door een juridisch ‘luikje’ blijft de Nederlandse Staat levering van (reserve)onderdelen voor F-35-gevechtsvliegtuigen aan Israël sturen. Hiermee draagt Nederlands bij aan ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Gaza. 

Het hoger beroep 

Wat ons betreft zijn er voldoende aanknopingspunten om in hoger beroep te gaan. ‘De rechter erkent dat F-35-gevechtsvliegtuigen betrokken zijn bij oorlogsmisdaden,’ zegt PAX wapenhandelexpert Frank Slijper, ‘Wij gaan in hoger beroep omdat we vinden dat Nederland wel de exportvergunning opnieuw moet toetsen en dus leveringen aan Israël moet stopzetten.’ 

De door de overheid gebruikte maas in de wet is extra pijnlijk voor de mensen in Gaza, waar het dodental intussen boven de 30.000 ligt. Ook heeft Nederland de plicht om dreigende genocide te voorkomen en daar niet aan bij te dragen. Wapenexport naar Israël moet daarom gestaakt worden. Internationale recht, inclusief verschillende verdragen die Nederland heeft ondertekend zijn heel helder. Dat is niet iets om af te wegen met andere belangen zoals door de staat wordt gedaan, maar een harde verplichting die Nederland heeft.  

We gaan daarom door met onze strijd voor een noodzakelijk staakt-het-vuren en zullen deze principiële punten in hoger beroep aan de orde stellen.  

Het hoger beroep diende op 22 januari om 9:30. De uitspraak was op 12 februari.

Uitspraak hoger beroep

Het hof heef ons in het gelijk gesteld: “Het hof oordeelt dat er een duidelijk risico bestaat dat met de F-35-gevechtsvliegtuigen van Israël ernstige schendingen van het humanitaire oorlogsrecht worden gepleegd in de Gazastrook. Israël houdt bij haar aanvallen onvoldoende rekening met de gevolgen voor de burgerbevolking. Bij de aanvallen door Israël zijn disproportioneel veel burgerslachtoffers gevallen, waaronder duizenden kinderen. Op grond van verschillende internationale regelingen waarbij Nederland partij is, moet Nederland de uitvoer van militaire goederen verbieden als een duidelijk risico bestaat op ernstige schendingen van het humanitaire oorlogsrecht.”

De uitspraak betekent dat vanuit Nederland geen uitvoer van F-35-onderdelen naar Israël mag plaatsvinden. Het hof heeft de Staat bevolen om binnen 7 dagen een eind te maken aan de verdere uitvoer van F-35-onderdelen naar Israël.

Om deze rechtszaak te financieren zijn wij gezamenlijk met Oxfam Novib en The Rights Forum een specifieke crowdfunding gestart die alleen voor dit doel zal worden gebruikt. Omdat de proceskosten door het hoger beroep zijn opgelopen en de Staat heeft aangekondigd in cassatie te gaan, zijn donaties nog steeds zeer welkom.   

Kort geding

We startten opnieuw een kort geding tegen de Nederlandse Staat. We zagen namelijk dat de staat de eerdere uitspraak niet correct uitvoert door niet iedere uit- en doorvoer van F-35 onderdelen met mogelijke eindbestemming Israël te staken. Onze pogingen om de regering tot helderheid en volledige naleving te bewegen, bleven helaas zonder resultaat. 

Op 12 juli 2024 was de uitspraak. De rechter legt het arrest van het Hof beperkter uit en zegt dat het onduidelijk is of het eerdere arrest alleen gaat over directe leveringen vanuit Nederland of ook over leveringen via andere landen, zoals de Verenigde Staten. Deze uitspraak betekent dat de leveringen via de Verenigde Staten niet werden gestopt. Hiermee is wel vast komen te staan dat er dus nog nog steeds Nederlandse onderdelen naar Israël gaan, via de Verenigde Staten. 

Hiertegen gaan we in hoger beroep. Wij zijn van mening dat de uitspraak van het hof betekent dat iédere export van Nederlandse onderdelen met eindbestemming Israël onrechtmatig is, zowel wanneer het direct via Nederland geleverd wordt, of via een omweg zoals de Verenigde Staten. In hoger beroep vragen we de rechter dit te bevestigen. De eerste zitting hiervan is 10 juli a.s. bij het Gerechtshof Den Haag. 

Cassatie

De cassatie diende op 6 september. Op 29 november 2024 kwam advocaat-generaal Paul Vlas, de belangrijkste adviseur van het hoogste rechtsorgaan in ons land, met zijn advies aan de Hoge Raad. Volgens de advocaat-generaal kan het verbod op de Nederlandse export van F-35-onderdelen aan Israël kan in stand blijven. Het hof heeft ‘kunnen oordelen dat er een duidelijk risico bestaat dat met de F-35-gevechtsvliegtuigen van Israël ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht worden gepleegd in de Gazastrook.’ Omdat het kabinet dat risico onvoldoende heeft meegewogen, mocht de rechter de exportvergunning ongeldig verklaren. 

Het advies van de advocaat-generaal wordt gezien als zwaarwegend voor de Hoge Raad maar is niet bindend. 

Pas op 3 oktober 2025 deed de Hoge Raad uitspraak en verplichte de Minister om de exportvergunning van F-35-onderdelen te toetsen aan het Wapenhandelsverdrag en de vergunning opnieuw te beoordelen. In november 2025 besloot de regering terecht dat de export van F-35-onderdelen naar Israël verboden blijft en de situatie over een halfjaar opnieuw te bekijken. In juni 2026 bevestigde de Minister van Buitenlandse Zaken na een herbeoordeling opnieuw dit besluit en de situatie na een halfjaar opnieuw te beoordelen.   

Documenten, links & achtergrondinformatie

Bekijk ook